Advertentie verlengde openstelling klachtenprocedure Seksueel misbruik binnen de RK kerk

 

Op vrijdag 31 oktober heeft het bestuur van de Stichting Beheer & Toezicht inzake Seksueel Misbruik in de RK Kerk (Meldpunt Seksueel Misbruik RKK) via een advertentie in vier landelijke dagbladen bekendgemaakt, dat de termijn waarbinnen het mogelijk is om klachten in te dienen betreffende verjaarde zaken en tegen overleden personen is verlengd en wel tot en met 30 april 2015.

De advertentie werd geplaatst in De Telegraaf, De Volkskrant, het AD en dagblad Trouw.

De bekendmaking wordt gedaan met het oog op de uitvoering van het rechterlijk vonnis van 1 oktober 2014, gewezen tegen de Bisschoppenconferentie en de Konferentie Nederlandse Religieuzen in het kort geding dat diende op donderdag 18 september 2014. Dit kort geding was aangespannen door het Vrouwenplatform Kerkelijk Kindermisbruik (VPKK www.vpkk.nl) tegen de RK Kerk in Nederland inzake de sluitingsdatum van 1 juli 2014 voor het indienen van klachten over verjaarde gevallen van seksueel misbruik en tegen overleden personen. Op woensdag 1 oktober 2014 deed de rechter uitspraak in dit kort geding.

De uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland luidde dat de Katholieke Kerk het indienen van klachten over seksueel misbruik langer mogelijk moet maken. Het moet tot 1 mei 2015 mogelijk zijn om klachten in te dienen tegen overledenen en inzake verjaard misbruik.

Lees hier de advertentie

De klachtenprocedure is per 30 oktober aangepast.

Op dit moment zijn we nog aan het kijken of de voorliggende regeling inhoudelijk afwijkt van de oorspronkelijke klachtenprocedure.

Hieronder de meest recente versies

Procedure Klachtencommissie

Procedure Compensatiecommissie

Internet melding van seksueel misbruik

Vragen?. Mail mij gerust ; raymond.lelkens@gmail.com

Robert Chesal : Seksueel misbruik massaal door de vingers gezien, een levenslange lijdensweg

Toen journalist Robert Chesal het seksueel misbruik in de katholieke kerk op grote schaal onthulde in 2010, kwamen vele meldingen binnen van mensen die waren misbruikt in Nederland, maar per direct waren er ook meldingen uit Curaçao. Een golf van publiciteit was het gevolg. In Nederland welteverstaan, niét op Curaçao. In zijn recent verschenen boek Een verzwegen leven doet Chesal verslag van de gruwelijkheden, ook op Curaçao. Maar wie denkt dat het misbruik is gestopt, heeft het mis: met financiële vergoedingen en in die zin afhankelijkheid van de kerk worden momenteel veelal arme gezinnen het zwijgen opgelegd.
“Een misbruikt kind is getekend voor zijn leven, misbruik verdwijnt nooit uit je hart en bestaan. De zoektocht naar erkenning is levenslang.” Dat zegt de uit Amerika afkomstige Robert Chesal, die als journalist bij Radio Nederland Wereldomroep (sinds 1990) samen met NRC-journalist Joep Dohmen het grootschalige misbruik binnen de katholieke kerk op het spoor kwam. Ze doken er samen in en het liet hen niet meer los. Chesal was genoodzaakt enige tijd te stoppen aangezien de meldingen hem te zwaar vielen.

De schok en het afgrijzen trok een wissel op de Nederlandse samenleving. Moeizaam en frustrerend was het proces omdat het zwijgen en verdraaien van feiten aan de orde van de dag was. Zelfs de commissie-Deetman – ingesteld om onafhankelijk onderzoek te doen – bleek minder onafhankelijk dan verwacht. In haar rapport uit 2011 (1257 pagina’s) wordt toegegeven dat sinds 1945 tienduizenden jongens en meisjes seksueel zijn misbruikt door kerkdienaren. Ondanks verwijtbare feiten stapte geen enkele bisschop op. De discussie laaide enige weken geleden in Nederland weer op toen NRC een artikel van Dohmen en Chesal publiceerde over hun onderzoek naar de onbetrouwbaarheid van het rapport, waarin nieuwe verzwegen feiten aan het licht kwamen. Zoals de castratie die een minderjarige jongen onderging als straf nadat hij het misbruik had gemeld. Maar ook het feit dat een aantal (nog zittende) bisschoppen al die tijd de hand boven het hoofd gehouden was, waaronder Ad van Luyn (toenmalig bisschop van Rotterdam en hoofd van de bisschoppenconferentie).
Ook in maart presenteerde Deetman zijn tweede rapport over het geweld tegen meisjes, wat eveneens een regen aan kritiek ontving vanwege weglatingen en bagatelliserende opmerkingen.
Misstanden in Curaçao
In navolging van de commissie-Deetman stelde het bisdom Willemstad in 2010 de onderzoekscommissie-Koeijers in, die zaken op Curaçao moest onderzoeken. Dit vanwege het feit dat direct na de eerste publicaties een aantal reacties uit Curaçao binnenkwam, wat het vermoeden deed rijzen dat er meer aan de hand was. In tegenstelling tot een lijvig rapport van Deetman ondernam de commissie-Koeijers geen actie toen er klachten binnenkwamen en liet met regelmaat weten geen tijd te hebben gehad om te vergaderen. Het bisdom, als eerst verantwoordelijke, leek niet van plan werk te maken van de misstanden. Op papier bestaat de commissie nog steeds.
Chesal: “Aangezien de kerk zo’n belangrijke rol speelt in de Curaçaose maatschappij, betrokken wij Curaçao in ons onderzoek. De Caribische afdeling van de Wereldomroep zag inmiddels ook voldoende aanleiding. We ontdekten dat de kerk, zo geliefd en invloedrijk, financiële macht gebruikte om mensen de mond te snoeren. Gezinnen, afhankelijk van de kerk voor hun levensonderhoud, moesten het misbruik waarvan zij op de hoogte waren op de koop toe nemen. Dit vertelde ons een anonieme bron: een vrouw werkzaam in de kinderhulpverlening.”

Don Sarto School. Foto © Lisette Wellens

In dit eerste deel doen we verslag van een aantal misbruikzaken die zich op Curaçao afspeelden, waarbij we aantekenen dat alle zaken die worden aangekaart nooit zijn weerslag mogen hebben op de liefdevolle zorg van andere broeders en nonnen. In deel 2 gaan we in op het accepteren van de slachtofferrol en waarom dat zo moeilijk is op Curaçao. Ook volgt in deel 2 Chesals persoonlijke verhaal over het misbruik dat hijzelf onderging.
Onder de meldingen die Chesal vanuit Curaçao ontving was die van een nu zestigjarige man, die uitsluitend onder pseudoniem Johnny wil praten. Hij vertelde over misbruik en mishandeling van tientallen kinderen door twee fraters in het internaat in Soto. Beide fraters, waaronder het verantwoordelijke hoofd van de Don Sarto lagere school, behoorden tot de Fraters van Tilburg, over wie ook in Nederland vele meldingen binnenkwamen uit de jaren zestig en zeventig en die zich bovendien vergrepen aan zwakbegaafde en geestelijk gehandicapte jongens van het De La Salle-instituut in Brabant.
Johnny was tien toen het misbruik begon. “Het gebeurde op de kamer van een frater, je moest je broek opendoen en dan begon hij te friemelen. Je durft niet meer naar binnen, omdat je weet wat er gaat gebeuren.” Volgens Johnny troffen de betastingen die op school plaatsvonden alle leerlingen, ook diegenen van buiten het internaat. Johnny vertelde tevens van regelmatige fysieke mishandelingen.
Voetbalgroep Curaçao. Archief Fraters van Tilburg
Frater Broer Huitema, wereldwijd de hoogstverantwoordelijke van de Fraters van Tilburg, weet dat het gebeurde. “Fraters die zich hieraan schuldig maakten, werden overgeplaatst naar andere – administratieve – posities, weg van kinderen. Aangifte bij de politie werd niet gedaan, noch werd contact gezocht met ouders.” In de jaren zestig tot eind 1995 waren de Fraters van Tilburg betrokken bij het onderwijs op de Antillen, in Suriname en Indonesië.
Trauma herbeleven
Chesal sprak op Curaçao één van de jongens die in de jaren vijftig op het jongensinternaat het Juvenaat zat, een prestigeproject voor Curaçao, de trots van de kerk. Deze nu zeventigjarige man was in zijn internaattijd een bedplasser. Een pater hielp hem ‘s nachts zijn bed verschonen, maar misbruikte de jongen vervolgens, een misbruik dat twee jaar doorging. Chesal: “Angstig om zich heen kijkend of iemand hem zag, betrad deze man het hotel waar wij hadden afgesproken. Even daarvoor had hij het misbruik, levenslang als geheim bij zich gedragen, aan zijn dochter verteld. De tranen stroomden over zijn wangen toen hij door het vertellen het trauma herbeleefde.” Een aantal jaren na het misbruik sloot het internaat plotseling en uitsluitend geruchten deden de ronde. De man in kwestie deed zijn beklag bij de ’onafhankelijke’ klachtencommissie-Koeijers, maar hoorde maandenlang niets, nog geen ontvangstbevestiging. Chesal: “Mensen weten inmiddels dat ze niet bij de kerk terecht kunnen, dus melden ze hun klachten daar niet meer. Omdat er dus weinig binnenkomt, lijkt het of het niet is gebeurd. Dan is de cirkel rond. Mijns inziens moet er een onafhankelijk lichaam komen, dat de zaken uitzoekt.”
Ronald Koeijers. Foto © René Roodheuvel

 

Verwrongen
De reputatie van de kerk blijkt elke keer belangrijker dan het belang van het slachtoffer. Een patroon dat niet alleen in de kerk, maar ook daarbuiten is te zien: overal waar kinderen in institutionele zorgsituaties van de zorg van volwassenen afhankelijk zijn, waar volwassenen macht hebben over kinderen, bij scouting, bij een sportclub gebeurt dit, wereldwijd. Zo wordt in Noord-Amerika, Europa en Australië het seksueel misbruik inmiddels aan de kaak gesteld. Het is universeel menselijk gedrag, hoe onmenselijk tegelijkertijd. Chesal: “Dat het in de kerk zo’n vlucht kon nemen heeft te maken met de vele zorgsituaties, zoals internaten en kostscholen onder kerkelijke leiding maar ook parochiale situaties, waarbij misdienaren bij priesters thuis kwamen of de priester een vertrouwde figuur binnen de familie werd.”
Wat we bij het kerkelijk seksueel misbruik niet uit het oog mogen verliezen volgens Chesal, is de verwrongen seksualiteit van de paters, door het celibaat in de hand gewerkt, maar ook het ontbreken van realistisch seksueel onderwijs. “Het onderwijs in de katholieke kerk is gebaseerd op de seksuele moraal uit de middeleeuwen en is nooit aangepast aan de praktijk, een verouderd beeld dat destructief blijkt. Ook jongeren leren vanuit dit onderwijs slechts dat ze zich moeten onderwerpen aan het gezag en zijn zodoende weinig weerbaar.”
Naast misbruik ontstaan vanuit verwrongen seksualiteit, staan pedofielen die doelbewust op zoek gaan naar werk waar kinderen in groten getale aanwezig zijn, zo stelt Chesal. Een niet onbelangrijk gegeven is verder dat vele mannen in de jaren vijftig die vanwege homofilie of pedofilie niet pasten binnen de moraal van trouwen en kinderen krijgen een gepast toevluchtsoord zochten in de kerk, waar zij een status genoten die zij anders zouden moeten ontberen.
Sint Annakerk, Otrabanda. Foto © Ferdinand Willemse
Antenne voor timide kinderen
Het leek de vrolijke goedlachse Curaçaose ‘Cora’, therapeute van beroep, zinvol om met haar misbruikverhaal naar buiten te komen, zij wilde degene zijn die de discussie rond seksueel misbruik op Curaçao zou openbreken. Na een paar gesprekken met Chesal togen zij samen naar Curaçao om terug te gaan naar de plaats waar het misbruik plaatsvond. In twee verschillende periodes van haar jeugd werd Cora slachtoffer: toen ze acht was in de Sint Annakerk in Otrobanda en als twaalfjarige in de kerk van Suffisant, waar ze door verschillende paters werd misbruikt, onder meer in de biechtstoel. “Cora was een onzeker, zoekend meisje, de uitverkorene van mannen als deze”, vertelt Chesal. “Misbruikers hebben een antenne voor timide kinderen.” De strijdlustige, inmiddels zeventigjarige Cora uit Nederland verandert op Curaçao voor Chesals ogen op slag in het timide meisje, dat terugschrikt voor het effect dat het op de plaats van het misbruik zijn op haar heeft. “De openhartige vrouw wordt onbereikbaar, het wordt heel moeilijk haar te spreken. In de sfeer bovendien van daar, opgenomen tussen vrienden en familie, blijkt ze in een tang te komen. In hotel ‘t Klooster waar we hebben afgesproken met vrienden uit haar kindertijd rolt het verhaal eruit, met een klein kinderlijk stemmetje als van het kind van toen.” Chesal, die bij het vertellen erover zelf een brok in zijn keel krijgt: “Het was ongelofelijk wat het effect van het vertellen had op haarzelf en op haar vrienden.”
Ralph Raveneau. Foto © Robert Chesal
Sadistische mishandeling
Naast seksueel misbruik zijn er verhalen van mishandeling. Van nonnen, van wie niet bekend is dat ze zich schuldig maakten aan seksuele handelingen, wordt gezegd dat ze snel overgingen tot fysiek geweld, bijvoorbeeld slaan met stokken. Fysieke mishandeling kwam ook voor op het Sint Paulus College, een lagere school in Groot Kwartier van de Broeders van Dongen, een congregatie sinds 1948 actief op Curaçao. Ondanks dat de tijdsgeest in ogenschouw moet worden genomen waarin kinderen het ook thuis zwaar te verduren hadden, was Ralph Raveneau (61) één van de slachtoffers uit de jaren zestig van het sadisme van de gevreesde Broeder P., die kinderen terroriseerde, vernederde, bespuugde en mishandelde. Een broeder die dusdanige vreselijke lijfstraffen gaf dat angst de herinneringen kleurt van kinderen van deze school.
In de jaren vijftig en zestig waren het met name Nederlandse geestelijken die op Curaçao verbleven: de Fraters van Tilburg, Broeders van Dongen, vele priestercongregaties en nonnenordes. Toen in de jaren zeventig het aantal roepingen terugliep, dreigde een tekort aan geestelijken, zodat priesters uit Latijns-Amerika werden gehaald, met name uit Colombia.
Als slot van dit artikel het verhaal van Aldrico Amando Felida, die als veertienjarige misdienaar in 1976 het slachtoffer werd van de Colombiaanse pastoor Fabias in de parochie Jan Doret. Toen Fabias de jongens uitnodigde te blijven slapen om te oefenen voor de processie, moest Felida als uitverkoren misdienaar ‘extra oefenen’ in de kamer van de pastoor, waar deze bij hem kwam liggen en Felida afschuwelijke dingen liet doen. “Je voelt dat het verboden is, maar wie zou je geloven? Je hoopte dat het snel over was.” Toen het misbruik bij Aldrico’s ouders aan het licht kwam, vertrok de pastoor snel daarna, verbannen naar Colombia, zei men. In de preek kort na het incident werd de parochianen verteld dat de jongens in het dorp de kerk niet meer dienden en een duivelse weg waren ingeslagen.
Een jaar daarna vertrok Felida naar Nederland, waar hij jaren beleefde van depressie tot zelfmoordpogingen aan toe. “Ik raakte in de war over mijn seksualiteit. Was ik homofiel? Had ik het uitgelokt? Zelfs na de geboorte van mijn zoon kwam alles weer naar boven.” Felida ging in 2008 terug om het af te sluiten, jaren voordat het onderwerp breed in de belangstelling van de media kwam. Pater Römer, Fabias’ opvolger nam hem mee naar het bewuste kamertje en vertelde dat bisschop Ellis destijds op de hoogte was van Fabias’ misbruik, zowel op Curaçao als in Colombia vóór zijn aanstelling in Jan Doret. De alom zeer geliefde Römer bleek van veel meer misbruik op de hoogte, ook na Felida’s vertrek.
Stanley Brown. Foto © René Roodheuvel

 

Het was publiek geheim – wat oud-politicus en oud-onderwijzer Stanley Brown bevestigde – dat Colombiaanse priesters die misbruik pleegden door het bisdom Willemstad in de jaren tachtig en negentig werden verbannen om ze uit handen van justitie te houden. Overgeplaatst en niet gestraft, zodat het misbruik elders kon verdergaan.
Felida bezocht Ellis’ opvolger bisschop Secco, die zei dat hij nooit misbruikgevallen kreeg overgedragen, maar stuurde uiteindelijk een excuusbrief, waarin ‘vergiffenis werd gevraagd voor het misbruik en alle gevolgen daarvan gedurende zijn leven’.

Levenslang door seksueel misbruik

Na al die ervaringsverhalen van seksueel misbruik in de katholieke kerk op Curaçao  roept journalist Robert Chesal – die het misbruik grootschalig aan het licht bracht in 2010 – op tot de erkenning van de slachtoffers. Zelf slachtoffer van misbruik weet hij dat erover praten de enige mogelijkheid is tot herstel.
Kinderen die martelingen ondergingen terwijl een broeder naast ze een boek zat te lezen. Of kinderen die wekenlang in eenzame opsluiting in de kelders van een internaat doorbrachten. De intense eenzaamheid maakte dat ze bijna blij waren met het gezelschap van een geestelijke die ze ‘s nachts bezocht en liefkoosde, zo verlangend naar menselijke nabijheid in hun eenzame opsluiting. De onvoorstelbare verwarring, het schuldgevoel en het emotionele drama waaraan een kind wordt blootgesteld, betekent een levenslange lijdensweg.
Keep it happy
Het feit dat misbruikschandalen in de katholieke kerk vanaf 2010 boven tafel zijn gekomen, dat mensen hun verhaal kwijt konden, heeft gemaakt dat er enige verlichting kwam. Robert Chesal: “Wil er sprake zijn van genezing dan dient er eerst erkenning te komen voor de beschadiging die is opgelopen. In de meeste gevallen zijn de daders onvindbaar, waardoor het probleem nooit face to face besproken kan worden. Veel slachtoffers hebben de pijn toegedekt en verstopt, maar pijn toelaten is de enige manier om vooruit te komen.”
Veel slachtoffers in Nederland hebben zich na 2010 kunnen uiten en zijn daardoor individueel een stuk opgeschoten. In een maatschappij als die van Curaçao is het niet zo gebruikelijk te praten over zaken als deze. Chesal:  “Ik herken dat uit mijn eigen jeugd in Florida; op Curaçao kreeg ik hetzelfde gevoel. De code is: Keep it light, keep it happy, blijf lachen, alleen maar de succesverhalen. De altijd maar sterke buitenkant, de machocultuur. Ik heb me altijd afgevraagd hoe het kan dat macho’s zelf niet kunnen zien hoe ‘zwak’ ze zijn. Voor mij zijn de sterkste mensen diegenen die toegeven dat ze ook zwak zijn.”
Je komt de pijn niet voorbij als je deze niet eerst erkent. Daarbij komt dat de kerk zelf een geheel eigen code heeft van hoe je met pijn omgaat. “Daar zijn rituelen voor met gekunstelde taal, wazige beelden, restricties en biechtgeheimen. Hierdoor help je niemand vooruit in zijn proces.”
Opgeheven hoofd
Hoe moeilijk het ook is om toe te geven dat je slachtoffer bent, Chesal roept ook de mensen op Curaçao op om de slachtofferrol te erkennen om vandaar uit te werken aan herstel, wat ieder mens verdient. Emancipatie van het slachtoffer, waarmee hij bedoelt dat je zonder gêne kunt zeggen dat je slachtoffer bent. Het is geen schande, zoals vaak wordt gedacht, maar dan moet wel het emotionele eraf, volgens Chesal. “Zie het als feit. Je kunt met opgeheven hoofd zeggen dat je slachtoffer bent, als onderdeel van het grotere geheel van wie je bent. Je hoeft je hoofd niet te buigen, je niet als gebrandmerkt mens te gedragen. Als je de pijn van het misbruik in de kerk maar ook andere pijn op maatschappelijke schaal toelaat, kom je als persoon, maar ook als land in zijn geheel verder.”
Hij trekt het breder dan alleen het seksueel misbruik, omdat zoveel mensen zijn gekweld. “In vele naties, in vele mensen zit zoveel pijn die niet erkend wordt, daarvan zijn tal van voorbeelden. Om maar heel dichtbij te blijven, het slavernijverleden; de pijn van het kolonialisme wordt slechts mondjesmaat erkend en blijft generaties lang doorspelen. De één zegt dat het nu maar eens over moet zijn, de ander voelt nog altijd de pijn. Beide uitgangspunten zijn waar, maar spreek je het niet uit, blijft het op elkaar botsen.”
Eén keer excuus aanbieden volstaat niet, maar pas als de erkenning permanent aanwezig is in de maatschappij komen we als geheel vooruit, pas dan is er een mogelijkheid dat een taboe op welk vlak dan ook wordt doorbroken. “Het probleem lijkt dat als iedereen slachtoffer is, niemand het is. Ik bedoel daarmee dit: toen de joden na de oorlog terugkwamen, was er geen ruimte om te luisteren naar individuele verhalen, omdat iedereen gepijnigd was. De pijn van al die mensen gaat ondergronds een eigen leven leiden.”
“Maar ook ontkenning kan een rol spelen, bijvoorbeeld zoals ze in China met gehandicapte kinderen omgaan. De maatschappij wil het niet weten, dus ze worden ofwel weggestopt, ofwel je doet net of het kind normaal is. Ontkenning en afwijzing enerzijds of geen ruimte voor het individuele verhaal anderzijds houdt beide in dat er geen acceptatie is en dus ook geen weg naar genezing.”
Niet de mens verandert
Naast zijn dringende oproep om te praten over wat er is gebeurd ten tijde van het misbruik in de katholieke kerk van de jaren zestig tot negentig en de acceptatie van de rol van slachtoffer, benadrukt Chesal dat we ons bewust moeten blijven van het feit dat het misbruik niet uit de wereld verdwenen is. Het massale misbruik mag dan wel zijn afgenomen omdat de internaten weg zijn en er minder priesters zijn dan toen, maar dat betekent alleen dat de omstandigheden zijn veranderd, niet de mens zelf. Dat blijkt uit het feit dat er momenteel sprake is van veelvuldig misbruik in de sterk opkomende evangelische kerken. “Onder druk van snelle groei wordt niet voldoende aandacht besteed aan een gedegen check van mensen aan wie kinderen worden toevertrouwd. Datzelfde was het geval in de katholieke kerk die tussen circa 1850 (toen de katholieke kerk dezelfde status kreeg als de protestantse kerk) en 1950 een explosieve groei kende.”
Er zijn nog steeds recente verhalen van mensen die zijn misbruikt, misbruik van de laatste tien, vijftien jaar. In de nieuwe, evangelische kerken, maar ook in de katholieke kerk. Want waar bleven de verbannen paters? Het is bekend dat een pater die op Curaçao jongens verkrachtte, nu in Brabant werkzaam is. De familie van het slachtoffer houdt haar mond omdat die nog altijd afhankelijk is van het geld dat ze van de kerk ontvangt en ook het verantwoordelijke bisdom zwijgt erover.
Chesal: “Zo lang de economische macht van de kerk niet afneemt, zal de rol van de kerk blijven ingebed in de economie. We kunnen het celibaat alleen niet verantwoordelijk stellen voor het misbuik; het gaat om machtsverhoudingen en een blijvend vertrouwen in de goedheid van religieuze leiders. Een voorganger geldt niet als ‘normaal’ mens, maar geniet als charismatische leider meer vertrouwen en daarmee macht dan we op het eerste gezicht verwachten.”
Voorgangers hebben hoe dan ook, in welke tijd dan ook een bepaalde positie. Dat geldt niet alleen in de katholieke of de evangelische kerk, maar ook in de joodse gemeenschap waar Chesal zelf uit stamt.
Doorbraak naar eigen ervaring
De ervaringen die we beschreven in het voorgaande artikel deden wat met Robert Chesal. Zo betekende het verhaal van de Curaçaose Felida voor hem persoonlijk een doorbraak. Hij was onder de indruk van de moed van deze man om op zoek te gaan naar zijn dader. De vraag die de Curaçaose Cora hem stelde of hij zelf bereid zou zijn om zijn verhaal te vertellen als hij in haar schoenen stond, deed hem besluiten in zijn eigen verleden te gaan graven. Door alle verhalen kwam Chesals jeugd terug, waarin ook sprake was van seksueel misbruik. Deze ervaringen plus het feit dat hij in december 2010 op Curaçao was voor het optekenen van de verhalen, maakte zijn keerpunt duidelijk.
“In die hete natte decembermaand van 2010 werd ik teruggeslingerd naar mijn eigen jeugd in Florida, waar dezelfde broeierigheid heerste, er viel een deken van vochtige warmte over me heen.” De zoektocht naar seksueel misbruik in de katholieke kerk werd een zoektocht naar zijn eigen verleden, waarin hij ten prooi viel aan een pedofiel, een parttime muziekleraar op de joodse school. Deze Rick nam hem mee naar zijn huis, zogenaamd om daar gitaar te spelen, drogeerde hem om hem vervolgens te misbruiken.
“Ook hier gold dat er een tekort was aan mensen en zonder check werden er leraren aangenomen. Ook deze muziekleraar behoorde tot het ‘soort’ dat bewust werk opzoekt waar kinderen aanwezig zijn”, aldus Chesal, die wanhopige pogingen deed met de leraar in contact te komen, maar die tot op heden op niets uitliepen.
Troostprijs
In zijn in 2012 verschenen boek Een verzwegen verleden doet hij verslag van de zoektocht die begint bij het aan de kaak stellen van het misbruik in de kerk maar steeds meer zijn persoonlijke zoektocht wordt. Door deze zoektocht komt hij bovendien achter een pijnlijk feit: zijn vader blijkt niet zijn echte vader te zijn. Chesal zit op dit moment middenin de zich opstapelende emoties die alle zijn onder te brengen onder de noemer van de onuitspreekbaarheid der dingen, zoals hij het omschrijft.
“De onuitspreekbaarheid zit in het feit dat mijn moeder een relatie bleek te hebben buiten haar huwelijk, van wie ik het product ben, iets wat ze mij nooit heeft verteld. De onuitspreekbaarheid zit ook in het verdriet van mijn vader, die mij moest opvoeden, maar voor wie ik dagelijks het levende bewijs was van het overspel. Ik voel me een troostprijs, die het middelpunt is van liefde en verdriet. Ik ben gemanipuleerd door mijn moeder en probeer medeleven met haar te voelen, wat moeilijk is omdat zij inmiddels is overleden.”
Het feit dat dit Chesal is overkomen, heeft naar eigen zeggen gemaakt dat hij journalist is geworden “Ik wilde altijd speuren, altijd onderzoek doen omdat ik levenslang een basisgevoel had dat er iets niet klopte: someone is not telling me something.”
Trauma nooit weg
Zijn eigen ervaringen, de onthullingen over zijn verleden, maar ook de verhalen van zo vele beschadigde mensen is voor Chesal aanleiding zijn weg verder te zoeken in de journalistiek, ook na zijn ontslag in 2012 vanwege de reorganisatie van de Wereldomroep. Hij wil zich specifiek richten op zaken rond het menselijk lichaam, van seksueel misbruik tot euthanasie en de keuzevrijheid van vrouwen.
 “Een misbruikverleden sluit je nooit af als je de erkenning die je zoekt nooit hebt gekregen. Geen misbruikslachtoffer is er ooit mee klaar, je kunt het niet vergeten, het trauma gaat nooit weg. Het enige dat je kunt doen is er bewust mee omgaan. De onuitspreekbaarheid der dingen, dat is wat ik door de journalistiek bespreekbaar wil maken. Verhalen vertellen aan elkaar, kwetsbaar durven zijn, oog in oog staan met elkaar en van daaruit de acceptatie van mens tot mens, van volk tot volk.”
Robert Chesal – Een verzwegen leven. De dramatische waarheid achter de façade van een gewone familie.Bertram + de Leeuw Uitgevers, 2012, ISBN 9789461560957.
[uit Amigoe, zaterdag 25 mei 2013]
http://4.bp.blogspot.com/-SW9PqEWSif4/UkgCQHJzXkI/AAAAAAAArW4/JYTQJDikZAY/s1600/Een+verzwegen+leven+LR_1.png
Bron: werkgroep caraïbische letteren – Mineke de Vries
splitsing3

Informatiemiddag over seksueel misbruik 29 mei 2015

Wij organiseren op vrijdag 29 mei 2015 weer een informatiemiddag over seksueel misbruik van jongens en de latere effecten daarvan op een mannenleven.

Waarom deze middag?
Iedereen vindt seksueel misbruik heel erg maar wat er dan zo erg aan?
Er is weinig goede kennis over de schade, gevolgen van seksueel misbruik en zeer weinig over het verwerkingsproces. Met deze informatiemiddag wil ik bijdragen aan het verspreiden van goede informatie over dit onderwerp.

De middag is bedoeld voor mannen en hun partners , vaders en moeders wiens zoon werd misbruikt, betrokken familieleden, getuigen en andere betrokkenen. Ook hulpverleners die zich meer willen verdiepen in dit onderwerp zijn welkom.

Op het programma staat:

Waar praten we precies over?

Het moment en de schade
wat gebeurt er tijdens de eerste seksuele handeling met een jongen door een volwassene?
wat is nodig na dat moment?

De gevolgen
zeer ernstig, nooit te onderschatten.

Incubatietijd
De incubatietijd is de tijd die ligt tussen het moment van misbruik en het moment dat de herinneringen terugkomen. Dat is meestal een zeer lange periode. In die tijd is de misbruik ervaring niet weg maar ondergronds. Dat manifesteert zich in:

  • traumaseksualiteit (wat is dat?)
  • leven met gespletenheid (hoe merk je dat?)
  • vele gevolgen voor relaties, lichaam, psyche, seksualiteit, verslavingen

Het verwerkingsproces

  • Verwerken is werk
  • Hoe verloopt dit proces en is het verwerken wel mogelijk?
  • in contact komen met wat er in stilte in je leeft
  • dilemma’s doorwerken
  • de vijf verbindingen met de dader verbreken
  • leren leven zonder het misbruik op de achtergrond, betekenis geven, vergeven,

De informatie is verzameld in vijfentwintigjaar werken met deze groep mannen die in hun jeugd te maken hebben gehad met seksueel misbruik.
Ik heb een theorie en een werkmodel ontwikkeld en gebruik die in mijn hulpverleningspraktijk.

We maken deze theorie aanschouwelijk op een levendige manier en er is gelegenheid tot het stellen van vragen.

Tijd: vrijdagmiddag 29 mei van 14:00 tot 17:00 uur (inloop 13:30)
Plaats: Instituut van Psychodrama, De Brink 6a, Cothen (bij Wijk bij Duurstede)
Voorwaarde: alleen toegang na aanmelding via website
Minimaal 10,  maximaal 22 personen
Kosten 10 euro incl koffie, thee en koek.

Presentatie:
Peter John Schouten
Loes Stolker
(oud-)clienten die iets willen zeggen of voorlezen.

25 jaar expertise in hulpverlening aan mannen met seksueel misbruik in hun jeugd
Directeur en Opleider Instituut voor Psychodrama
ECP (Houder Europees Certificaat Psychotherapie)
TES (Trainer Educator Supervisor in Psychodrama)

Wees niet te bang voor een trauma

Wie een traumatische gebeurtenis meemaakt, heeft vooral behoefte aan warmte en aandacht. Die zijn vaak zelfs belangrijker dan de hulp van een therapeut, meent hulpverlener Luuc Smit.

Traumadeskundige Luuc Smit (1960) schreef een boek over hulpverlening na traumatische ervaringen, zoals een verkrachting, een ernstig verkeersongeluk of bedreiging met de dood.
‘Er wordt van alles gezegd en beweerd over trauma’s. Het woord is populair, het wordt te pas en vaak ook te onpas gebruikt. Dat is tot daaraan toe. Ik vind het alleen jammer dat een trauma als iets onherstelbaars wordt gezien. Van dat idee wil ik de lezers afhelpen. We krijgen last van normale reacties bij een ingrijpende, soms levensdreigende gebeurtenis. Mensen kunnen last krijgen van nachtmerries, herbelevingen, schuldgevoelens, schaamte, huilbuien. Verreweg de meeste mensen die een traumatische ervaring meemaken, hebben genoeg veerkracht om zonder therapeutische hulp hun trauma te verwerken. Een kleine minderheid, 15 procent ongeveer, heeft er wel moeite mee. We spreken dan van een PTSS, een posttraumatische stressstoornis. Hiervoor is specialistische hulp nodig.’

Wat moeten we dan vooral doen?
‘Mensen met een traumatische ervaring hebben warmte en aandacht nodig. Helaas komen ze vaak alleen te staan, doordat een trauma als iets heel bijzonders en exclusiefs wordt gezien. Familie, vrienden, collega’s weten er niet mee om te gaan, ze durven geen belangstelling te tonen. Dat is jammer. Aandacht en steun uit het gezin, de buurt, de kerk kunnen zo veel betekenen voor iemand met een trauma, dat therapeutische hulp misschien niet eens meer nodig is.
Mensen zijn bang voor trauma’s bij anderen, omdat zo’n trauma ook henzelf raakt. Daarom houden ze trauma’s van anderen graag op afstand. Ze blijven er liever buiten. Dat is jammer, want mensen met een trauma hebben aandacht en warmte nodig. Het verhoogt hun veerkracht. Aandacht en warmte moeten thuis verkrijgbaar zijn. Als familie en vrienden die niet geven, omdat ze een trauma eng vinden, of omdat ze bang zijn zaken ‘op te rakelen’ of fouten te maken, is dat zeer te betreuren. Ze onderschatten zichzelf, ze kunnen veel meer betekenen dan ze denken. Dat heb ik met mijn boek willen duidelijk maken.’

Wat is goede aandacht?
‘Goede aandacht is aandacht die gericht is op de ander. Dus niet wat ik belangrijk vind, maar wat de ander belangrijk vindt. Goede aandacht is voelbaar: de ander kan aan m’n ogen zien en aan m’n woorden horen, dat ik echt betrokken ben. Echte betrokkenheid is voelbaar. Als die er niet is, wordt er uit fatsoen of uit sensatie geluisterd, en kan er maar beter niets gezegd worden.
Betrokkenheid heeft te maken met verbinding en verbinden doen we de hele dag. Een caissière die vriendelijk en hulpvaardig is, beleven we anders dan een caissière die je niet aankijkt en alleen plichtmatig iets tegen je zegt. Dat is het verschil tussen verbinden en niet verbinden. Dat verschil kennen we toch allemaal? Verbinden is snappen wat de ander bedoelt, verbinden is serieus genomen worden.’

Slachtoffers van traumatische ervaring zullen niet altijd willen of kunnen praten over wat er met hen gebeurd is, zoals seksueel misbruik of oorlogservaringen.
‘Het is de eerste valkuil in het gesprek met mensen met een traumatische ervaring: denken te weten wat er aan de hand is. Ik krijg mensen in de praktijk die op het eerst gezicht niet eens zo veel hebben meegemaakt. Tot ik hoor welke invloed die ervaring op hun leven heeft. En ik kom mensen tegen die zoiets ergs hebben meegemaakt, dat ik eraan onderdoor was gegaan als het mij overkomen was. Maar zij tonen een enorme veerkracht.
De ernst van een trauma hangt niet alleen af van wat je overkomen is. Het heeft te maken met wie je bent, hoe je bent, hoe je omgeving ermee omgaat, hoe je bent opgevoed, of je gemakkelijk praat over wat voelt, of je rust kunt nemen in je leven, of je weleens over de dood hebt nagedacht, of je al vaker traumatische ervaringen hebt meegemaakt. Al die dingen spelen mee in de manier waarop je met traumatische ervaringen omgaat.
Seksuele delicten zijn moeilijker te verwerken, omdat er een groot taboe op ligt, ook in de hulpverlening. Ik ken een vrouw die vanaf haar dertiende drie jaar lang seksueel misbruikt is door haar achterbuurman, een volwassen kerel. Ze is bij vijf psychologen geweest en bij geen van hen is het ter sprake gekomen. Ze wisten niet wat ze ermee aan moesten.
Ik geloof dan ook niet dat de psycholoog altijd de oplossing biedt voor psychische problemen. Zeg niet te snel: ‘Ga maar naar de psycholoog’ , want de oplossing is niet gegarandeerd. Ik zeg: zoek een deskundige. Zoek een deskundige op het gebied waar jij hulp nodig hebt.’

Uit wat voor soort mensen bestaat die 15 procent die niet genoeg veerkracht heeft om zelf een trauma goed te verwerken?
‘Mensen bij wie traumatische ervaringen zich hebben opgestapeld, lopen meer risico om bij die 15 procent te komen. Hoe je zelf in het leven staat, is ook van invloed. Wie van nature zwaarmoedig is, zal het moeilijker vinden een traumatische ervaring te boven te komen. Leeftijd speelt ook een rol, bij ouderen neemt de psychische veerkracht af. Het maakt ook uit of andere mensen jou iets vreselijks hebben aangedaan, of dat je slachtoffer werd van iets onpersoonlijks als natuurgeweld of een technisch defect. De ramp met MH17 was des te erger omdat ze door mensen werd veroorzaakt, niet door een mankement van toestel. Geloof en levensbeschouwing zijn van groot belang. Het helpt als mensen betekenis kunnen geven aan wat hun overkomen is.’

U behandelt mensen die verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt. Wat doet dat met uzelf?
‘Ik word altijd geraakt als mensen me over hun trauma vertellen. Dat kan ook niet anders. Als ik niet geraakt werd door de ervaringen van patiënten, zou ik geen goede hulpverlener meer zijn. Ik huil niet met een cliënt mee, maar ze zien wel dat ik geraakt ben. Soms raakt het me zo wat ik gehoord heb, dat ik er ook over moet praten. Dan deel ik het met mijn vrouw, en kan ik weer verder.’

Hoe blijft u in evenwicht?
‘In mijn agenda maak ik altijd eerst ruimte voor rust en ontspanning, dan pas voor overige bezigheden. Rust en ontspanning mogen nooit een restpost zijn. Ik doe twee- of driemaal per week aan sport en beweging, samen drie uurtjes in de week. Als ik het niet doe, zit ik minder goed in mijn vel en functioneer ik slechter. Verder gezond eten, genoeg slapen. Kortom: zorg goed voor jezelf, dan dien je anderen het best.
En de sjabbat is heilig voor mij. Op vrijdagmiddag gaat de stekker er uit, en die gaat er zaterdagavond pas weer in. Als ik niet de sjabbat zou onderhouden, zou ik dit werk niet kunnen doen. Dat was ik nu zwaar ziek of overspannen. In het mooiste geval deed ik de helft van wat ik nu doe. Wie zeven dagen in de week werkt, werkt hooguit zeventig procent.

Wie is Luuc Smit?
‘Ik ben docent aan de Hogeschool Zeeland, afdeling Social Work, gespecialiseerd in trauma en verliesverwerking. Dat doe ik nu acht jaar. Daarvoor zat ik in het welzijnswerk. Ik ben directeur van slachtofferhulp en hoofd van de gezinsvoogdij geweest. Bij Jeugdzorg heb ik een afdeling jeugdreclassering opgezet. Ik heb ook radioprogramma’s gemaakt voor de Omroep Zeeland, altijd met een serieuze ondertoon. Voor het programma Het geheim van de Smit interviewde ik mensen een uur lang over hun leven, hun overtuigingen en hun levensdoel.
Bij de Joodse Omroep op Radio 5 heb ik ook zo’n programma gehad, Aan tafel met Luuc Smit. Nu ben ik bezig met een televisieprogramma waarin cliënten over hulpverlening praten. Als er iets misgaat in de hulpverlening, komt dat meteen in beeld. Over de vele dingen die goed gaan in de hulpverlening, hoor of zie je weinig. Dat zit me vaak dwars. In mijn televisieprogramma wil ik positieve en toch realistische verhalen laten horen over de hulpverlening. Na vijf jaar voorbereiding zijn we de programma’s nu aan het opnemen.
Verder hebben mijn vrouw en ik een praktijk aan huis. Ik voer therapeutische gesprekken met mensen die moeite hebben met het verwerken van een traumatische ervaring. Ten slotte ben ik voorzanger van de Joodse Gemeente in Zeeland, in de synagoge in Middelburg. Op sjabbat en tijdens Joodse feesten zing ik de psalmen en gebeden voor.’

Trauma en veerkracht. Hulpverlenen bij schokkende gebeurtenissen
Luuc Smit. Uitg. SWP, Amsterdam 2014. 144 blz. € 24,90

Bron: Interview in dagblad Nederlands Dagblad
geplaatst: 17-10-2014
auteur: Willem Bouwman

Hoe een slachtoffer van seksueel misbruik baas werd over zijn eigen levensverhaal

De Rotterdamse priester Remy Jacobs (1969) is in zijn jeugd vijf jaar misbruikt in de katholieke kerk. Samen met Marjolijn van Heemstra maakte hij er de theatervoorstelling Als ik de liefde niet heb over. Volgens hem een louterende ervaring: het tonen van je wonden kan helend werken.
Beluister hier het interview

 

Bron:decorrespondent.nl

De commissies Deetman en Samson….Hoe zat dat ook alweer?

De commissies Deetman en Samson….Hoe zat dat ook alweer?

Inmiddels is het alweer 4 jaar geleden dat de Commissie Deetman is gestart met haar onderzoek naar seksueel misbruik binnen de rk kerk. Tal van subcommissies (Bandell, Lindenbergh, klachtencommissie, compensatiecommissie, contactgroep, voorzittersoverleg enz.) werden in het leven geroepen en het ene rapport volgde het ander op. Tussenrapportages, eindrapportage, monitorrapportage, vervolgonderzoek etc.

Wat is de stand van zaken per 10  oktober 2014?

Commissie Deetman

De vaste commissie Veiligheid en Justitie zou de minister behoren te toetsen op de voortgang van de afhandeling van het kerkelijk misbruikdossier. Voor de laatste stand van zaken is bijgesloten document te raadplegen: Tweede Kamer behandeling kerkelijk misbruik (verslag schriftelijk overleg 17 juni 2014)

De Bisschoppenconferentie (BC), Konferentie Nederlands Religieuzen  (KNR) en Koepel Landelijk Overleg Kerkelijk Kindermisbruik (KLOKK) hebben naar aanleiding van de eindrapportage met betrekking tot de nul meting een agenda opgesteld waarin de adviezen van deze eindrapportage zouden moeten worden uitgevoerd: Eindrapportage Nul-meting (zie agendapunt 6.3).

De voorzieningen rechter heeft in kort geding, aangespannen door het Vrouwen Platform Kerkelijk Kindermisbruik (VPKK), uitgesproken dat de sluitingsdatum van 1 juli 2014 moet worden opgeheven en moet worden verlengd tot 1 mei 2015.

Goed nieuws dus maar … wat is er nog meer?

De commissie Deetman  was voornemens om in september jl. met een 2e (afsluitende) monitorreportage te komen. Bij navraag in de 2e Kamer  bleek dat op 10 september 2014 de commissie van Veiligheid & Justitie het “Verkennend onderzoek naar de handelwijze van de politie bij seksueel misbruik van minderjarigen in de Rooms-Katholieke Kerk” heeft aangehouden en daarmee dus nog niet officieel heeft besloten wat ze ermee wil. Dit mede in verband met het nog te verwachten monitorrapport van de commissie-Deetman. Als deze naar de Kamer wordt gestuurd zal op basis van dit verkennend onderzoek én het monitorrapport een debat (algemeen overleg) aangevraagd kunnen worden.

De griffie wist, m.b.t. de verwachte toezending van het monitorrapport, alleen te melden dat de heer Deetman in de maand oktober 2014 met betrokken organisaties gaat overleggen over het rapport, maar dat het, door de uitspraak van de rechtbank in Utrecht over het openhouden van het meldpunt, nog onzeker is of dit tijdspad gehaald zal worden. De griffie wordt wel op de hoogte gehouden over de mogelijke ontwikkelingen op dit vlak.

Wellicht zal het wederom vlak voor het kerstreces van de Kamer gepresenteerd worden en daardoor aan aandacht en kracht inboeten.

Voorzittersoverleg

Volgens de 0-meting vindt er maandelijks een voorzittersoverleg ( BC+KNR+ KLOKK) plaats.  Agenda’s en verslagen worden om onbegrijpelijk redenen niet gepubliceerd. Daardoor blijft het onduidelijk wat er in zo’n overleg besproken wordt en, nog belangrijker, besloten is. Indien de kerk wordt aangesproken op haar verantwoordelijkheid refereert men willekeurig aan een voorzittersoverleg waarvan de inhoud in schimmigheid gehuld blijft. Het instellen van de sluitingsdatum is daar een sprekend voorbeeld van (Reactie RK op kort geding)

Ook wordt er gesproken over een zogenaamde slot- of veegactie om, in zaken waarbij de klachtencommissie het misbruik aannemelijk achtte maar er feitelijk geen steunbewijzen aanwezig waren, deze zaken alsnog gegrond te verklaren. Dit zou dan ook een uniform bedrag moeten zijn (€5000). Deze actie zou vervolgens  aan het eind van het hele proces zijn beslag moeten krijgen. Nu de einddatum weer verschoven is, is dit op zijn minst teleurstellend te noemen. Juist deze lotgenoten hebben al een (jaren)lange procedure achter de rug, waarbij hun klacht is afgewezen, waarbij in veel gevallen bezwaar of beroep is aangetekend maar zonder resultaat.  Zij moeten hierdoor wederom achteraan aansluiten. Deze terging trekt een uitzonderlijke wissel op deze groep slachtoffers.

Contactgroep

De contactgroep is in het leven geroepen om probleem situaties te inventariseren en zorg te dragen voor een oplossing. Gebleken is dat er in de praktijk of wel geen mandaat was dan wel een gebrek aan bereidheid om zaken op te lossen. Het blijft onduidelijk of de contactgroep überhaupt nog in functie is, waarmee niet gezegd is dat er geen probleemsituaties meer bestaan.

Adviesraad

Begin 2014 is eveneens n.a.v. de Eindrapportage 0-meting de Adviesraad van start gegaan. Onder voorzitterschap van een onafhankelijke voorzitter, vertegenwoordigers van slachtoffergroepen en professionals zou worden getracht de kwaliteit van de hulpverlening te borgen. In oktober 2014 is er nog geen enkele voortgang geboekt of zijn er resultaten gepubliceerd. Grote zorgen zijn er voor wat betreft de zorg en nazorg tijdens een klachtenprocedure maar ook na de beëindiging van de gehele procedure. Naast het inventariseren van de zorgvraag en het zorgaanbod  zou het realiseren van een sociale kaart essentieel behoren te zijn.

Het monitoren van álle lotgenoten is eigenlijk van zeer groot belang. Het is voor slachtoffers, waarvan het misbruik aannemelijk is geacht maar die wederom met een ongegrondverklaring worden heengezonden, traumatisch. Tal van lotgenoten vallen na afronding van de compensatieprocedure terug in ellende terwijl het tegenovergestelde de bedoeling zou moeten zijn. Waar blijft hulpverlening voor hen?. Wie neemt verantwoordelijkheid?

Stichting Beheer en Toezicht (B&T)

B&T is verantwoordelijk voor optimaal functioneren van de verschillende organisatieonderdelen. De voorzitster Mevr.Karla Peijs is om onduidelijke redenen geruisloos teruggetreden. Het bestuur heeft haar eigen plan getrokken. Er werd een Klachtenregeling Bejegening en Mediation via het Meldpunt door B&T uitgevaardigd zonder adviezen van slachtoffergroepen ter harte te nemen.

Commissie Hulp Erkenning en Genoegdoening

“De regeling heeft betrekking op alle melders (vrouwen én mannen) over – fysiek en

Psychisch – geweld die zich bij het Meldpunt Seksueel Misbruik Rooms-Katholieke

Kerk en/of de heer Deetman hebben gemeld”.

Helaas beschikt deze commissie niet over een website waar informatie wordt verstrekt over de procedure en de voortgang van te behandelen zaken. Sommigen lotgenoten zijn uitgenodigd voor een gesprek en anderen weer niet zo blijkt uit reacties. De ervaringen zijn dus wisselend en het is daarom jammer dat enige vorm van transparantie ontbreekt. De toepassing van een toegekende hardheidsclausule voor schrijnende gevallen blijft eveneens in schimmigheid gehuld.

Commissie Samson

Het is stil rond de commissie Samson en de slachtoffers van seksueel misbruik binnen Instellingen en Pleeggezinnen. De overheid heeft nauwlettend gevolgd hoe de RK met dit dossier is omgesprongen en heeft hier gekozen voor een vergelijkbare procedure. Aanbevelingen van slachtoffers werden aangehoord maar niet geïmplementeerd. Er werd voor hen een Hulplijn seksueel misbruik en een Financiële Regeling in het leven geroepen

Financiële tegemoetkoming seksueel misbruik in jeugdzorg of pleeggezin

In een aantal gevallen kunnen slachtoffers van seksueel misbruik in jeugdzorginstellingen of pleeggezinnen een financiële tegemoetkoming krijgen. Voorwaarde is dat het misbruik plaatsvond van 1 januari 1945 tot en met 31 december 2012. Er zijn 2 regelingen.

Wat de overheid niet van de RK kerk regeling heeft overgenomen is de aanvullende regeling Psychisch en Fysiek Geweld.  Melders die een klacht wensten in te dienen met betrekking tot fysiek- maar ook psychisch geweld  werden niet in behandeling genomen. Dit is bevestigd door een aantal vrijwilligers van Slachtofferhulp Nederland die als taak hadden om melders te ondersteunen bij het indienen van een aanvraag Tijdelijke Regeling of Statuut. Genoemde vrijwilligers schatten dat 60% van alle meldingen binnen instellingen en pleeggezinnen fysiek geweld betrof. Aan feitelijke hulpverlening bleef het ontbreken. De hulplijn wordt beheerd door Slachtofferhulp Nederland  die enkel doorverwijzen.

Er zijn 2 organisaties van lotgenoten die in dit domein min of meer actief zijn:

–          Nederland Heelt

–          Stichting SKIP.

Er is naar buiten weinig informatie verschenen over hun activiteiten en het zou goed zijn geweest als zij zich sterk hadden gemaakt voor uitbreiding van de regeling met Fysiek en Psychisch geweld. Het zou slachtoffers ook goed hebben gedaan indien SKIP en NH zich kritischer hadden getoond over de gemankeerde compensatievormen en de opgelegde einddatum van 31 december 2015.

 

Politiek:

Er zijn de afgelopen jaren tal van overlegmomenten geweest met de Vaste Commissies V&J en VWS er zijn VAO’s geweest, plenair debat met de minister, gesprekken met werkgroepen van de ministeries en dergelijke. Helaas zijn er maar een beperkt aantal Kamerleden, die zich daadwerkelijk betrokken hebben getoond.

Al die gesprekken en bijeenkomsten hebben uiteindelijk geleid tot subsidiëring van KLOKK binnen het Deetman domein en SKIP binnen het Samson domein voor een gezamenlijk bedrag van meer dan 2.5 miljoen euro (waarmee de overheid het probleem van zich af lijkt te willen schuiven).

Het is onduidelijk wat slachtoffers effectief aan deze subsidieverstrekking hebben.

 

Raymond Lelkens

e-mail: raymond.lelkens@gmail.com

Ritueel misbruik kinderen neemt onrustbarend toe

LONDEN –
Het ritueel misbruiken van kinderen neemt onrustbarend toe. De Londense politie luidt de noodklok over de opmars van duiveluitdrijvingen en hekserij bij kinderen.

Tien jaar geleden kwamen er in Londen slechts twee gevallen van ‘behekste’ kinderen aan het licht. Afgelopen jaar waren het er meer dan dertig, maakte de Londense politiecommissaris Terry Sharpe woensdag bekend. ‘Waarschijnlijk is het nog maar de top van een ijsberg’, tekende het Britse dagblad The Guardian uit zijn mond op.
De ‘piek in rapportages’ is voor een deel toe te schrijven aan een beter opsporingsbeleid. Maar, voegt Sharpe er meteen aan toe, ‘er is een duidelijk verband met migratie en globalisering. Mensen brengen nu eenmaal hun cultuur en geloof mee.’ In de afgelopen tien jaar zijn er bijna 150 misbruikzaken opgespoord. In de meeste gevallen gaat het om het uitdrijven van boze geesten en seksueel wangedrag. Veel lijntjes komen uit bij de Afrikaanse kerkgemeenschappen in Groot-Brittannië, hoewel ook bij andere religies ritueel kindermisbruik voorkomt. ‘Woensdagmorgen kwam er een klacht binnen uit de moslimgemeenschap’, zei Sharpe.
De politiechef riep op om alert te zijn op signalen van occulte praktijken bij kinderen. Vaak lijken die op andere vormen van misbruik, zoals ongewoon gewichtsverlies, zich terugtrekken of honger lijden. Het politieteam dat onderzoek deed, was echter ook op misbruik gestuit waarbij water een grote rol speelde. Zo bleek een ‘bezeten’ kind te zijn verdronken in een badkuip.

marteling
Vaak is bij ritueel misbruik ook sprake van marteling of verkrachting. Sharpe vertelde over een kind dat hard was rondgedraaid en op het hoofd gebonsd ‘om de boze geest uit te drijven’. Een ander was met een mes gestoken en kreeg chilipeper in haar ogen gewreven. Ook werden kinderen opgesloten in een kooi of met opzet uitgehongerd ‘zodat ze de boze geest niet konden overdragen aan andere kinderen’.
Op de bijeenkomst vertelde Kevani Kanda (25) dat haar Congolese familie haar af vanaf haar zesde als heks beschouwde. Ze werd misbruikt en geslagen. ‘Als slachtoffer dacht je niet aan misbruik. Je vond het normaal. Als je moeder elke dag tegen je zegt dat je lelijk bent, dan ben je lelijk. Ik geloofde dan ook dat ik echt een heks was.’ Volgens Kanda kan deze praktijk vooral gedijen door ‘schurkendominees die onzin preken’.

oproep
Bob Pull, woordvoerder van een kerkelijk adviesorgaan voor kinderbescherming (CCPAS), riep de Britse kerken op zich meer in te zetten voor kindslachtoffers. Volgens hem moeten kerkelijk leiders, onder wie de (anglicaanse) aartsbisschop van Canterbury, om de tafel gaan zitten om hun beleid tegen kindermisbruik aan te scherpen.

Bron: Nederlands Dagblad 10 oktober 2014 – auteur: Gerard Wilts

Misbruik in de kerk – moeten we het hier echt over hebben?

Van verschillende kanten wordt mij de vraag gesteld of ik niet eens zou stoppen met het bloggen en twitteren over seksueel misbruik binnen de kerkelijke context. Sommigen wijzen mij erop dat het schrijven over misbruik de kerk in een negatief daglicht stelt. De pers zit er immers direct bovenop als er weer een verhaal binnen de kerkelijke context bekend wordt. Wat win je ermee om die negatieve berichten te versterken? Anderen vragen zich af of het niet tijd wordt om deze episode achter ons te laten. Er is al zoveel veranderd in de verschillende kerken. Het is tijd om vooruit te kijken. Weer anderen merken op dat het beter zou zijn om de kerk niet in een uitzonderingspositie te plaatsen. Misbruik komt ook voor bij hockeyverenigingen, scouting, instellingen – waarom niet binnen die bandbreedte bespreekbaar maken? Als je al zo nodig de kerkelijke context apart zou willen benoemen – waarom richt je je dan niet op de breedte van sociale onveiligheid? Spreek dan ook over pesten, over uitsluiten, en niet alleen over seksueel misbruik.

horen zien en zwijgen

Op zich kan ik deze reacties goed begrijpen. De mensen die met mij hierover in gesprek gaan, maken zich zorgen over de beeldvorming van de kerken. Er is zoveel meer te vertellen over geloofsgemeenschappen. Er gebeuren zoveel goede, opbouwende en inspirerende dingen. Door steeds maar in te gaan op het misbruik wordt de toch al negatieve opinie gevoed: de kerk zou niet te vertrouwen zijn en vooral een instituut zijn dat misbruikers hun gang laat gaan. De reacties op mijn schrijven en twitteren worden ingegeven door liefde voor de kerk, door een verlangen naar ruimte om weer trots te mogen zijn op de kerk. Misschien worden deze reacties bij sommigen ook ingegeven voor de angst om wat misbruik teweeg brengt. Uit angst dat de wereld zoveel onveiliger blijkt te zijn dan je zou willen.

Waarom blijf ik spreken over misbruik in de kerk? Waarom richt ik mij niet op het positieve van de kerk of breng ik de thematiek in een breder verband aan de orde? Het eerste is dat er nog steeds – op het moment dat u/jij dit blog leest – er kinderen en jongeren binnen een kerkelijke context worden misbruikt. Terwijl u/jij dit leest, worden mannen en vrouwen slachtoffer van seksueel misbruik. Soms in gezinnen, soms op het werk, soms op school. Terwijl u/jij dit leest worstelen er talloze mensen die lid zijn van geloofsgemeenschappen of er inmiddels uit zijn gestapt met de gevolgen van seksueel misbruik. Steeds weer maken onderzoeken duidelijk dat seksueel misbruik een maatschappelijk probleem is. Er is geen reden om aan te nemen dat het in de religieuze context de cijfers anders zouden zijn dan in een seculiere setting. Het is in zichzelf een schokkend gegeven dat misbruik in geloofsgemeenschappen net zoveel voorkomt als daarbuiten. Onderzoeken maken duidelijk dat 1 op de 10 mannen en 1 op 3 vrouwen in hun leven te maken hebben gehad met een vorm van seksueel grensoverschrijdend gedrag.

De kerk hoort een veilige plek te zijn. Dat bereiken we niet door te zwijgen over het misbruik, maar juist door het bespreekbaar te maken. Preventie van seksueel misbruik begint met het doorbreken van het taboe. Een kerk kan vertrouwen terugwinnen door duidelijk te maken waar grenzen getrokken worden. We kunnen niet voorkomen dat er zich in geloofsgemeenschappen daders bevinden. We kunnen wel duidelijk maken dat geen enkele ongewenste grensoverschrijding getolereerd wordt. We kunnen helpen om mensen weerbaar te maken. Juist door te spreken over misbruik werken we aan een veilige kerk.

De onderzoeken laten zien dat seksueel grensoverschrijdend gedrag erg veel voorkomt. Die onderzoeken maken ook duidelijk dat seksueel misbruik ernstige gevolgen kan hebben en vaak lang het leven van slachtoffers kan bepalen. Dat is reden om specifiek voor seksueel misbruik aandacht te vragen. Deze thematiek komt zoveel voor en trekt zulke diepe sporen, en vraagt specifieke kennis van dynamieken en processen dat het noodzakelijk is om dit apart onder de aandacht te brengen.

Misbruik binnen een kerkelijke context voegt nog een extra dimensie toe: die van het geloof. Mensen die in een kerkelijke context misbruikt worden, worstelen vaak met hun godsbeeld, lijden onder de te snelle oproep om te vergeven, gaan gebukt onder zondebesef dat gevoed wordt door schuldgevoel. De context van kerk en geloof roept een eigen dynamiek op die aparte aandacht verdient.

Daarom blijf ik spreken over misbruik in de kerk. Omdat ik de kerk liefheb. Omdat ik de mensen liefheb en het me pijn doet om te zien dat slachtoffers de kerk verlaten omdat zij het gevoel hebben dat er voor hen geen plaats in. Ik blijf schrijven over kerk en misbruik, omdat het in onze geloofsgemeenschappen voorkomt. Omdat voorgangers te weinig kennis hebben. Omdat er geen tijd te verliezen is.

Ik blijf schrijven over misbruik in de kerk totdat het kwaad is overwonnen.

Bron: http://alexanderveerman.wordpress.com/

Meldingen bij Meldpunt Misbruik RKK

Meldingen bij Meldpunt Misbruik RKK periode 01-07-2014 t/m 30-09-2014

 

Zoals eerder in de media is verschenen hebben de Bisschoppen en KNR eind vorig jaar besloten om nieuwe meldingen met betrekking tot seksueel misbruik binnen de RK kerk per 1 juli 2014 niet meer in behandeling te nemen.

Op 18 september 2014 jl. heeft het Vrouwen Platform Kerkelijk Kindermisbruik met succes een kort geding aangespannen tegen de Bisschoppenconferentie en de KNR om dit besluit ongedaan te maken.

Uiteraard zijn er lotgenoten die desondanks in de periode 1 juli 2014 t/m 30 september 2014 hebben geprobeerd een klacht in te dienen  bij het Meldpunt.

Ik ben erg benieuwd hoe er met deze meldingen is omgegaan.  Zijn ze geregistreerd… Bent u doorverwezen…. Of bent u gewoon afgewezen door het Meldpunt etc.?? , laat het mij weten.

Dit geldt natuurlijk ook voor de meldingen die u in die periode rechtstreeks bij een Bisdom , Orde of Congregatie hebt gedaan !.

 

Eventuele reacties graag sturen aan: raymond.lelkens@gmail.com

Mediation of Unieke Herstelbemiddeling: Verslag van een uniek proces

MEDIATION  JEZUIETEN en LOTGENOTENGROEP “CANISIUS”

 

Nadat in 2010 Dhr. Mark Klabbers via het Nederlandse actualiteitenprogramma Eén Vandaag naar buiten bracht dat er in zijn jeugd sprake was geweest van ernstig seksueel misbruik door de in 1996 overleden pater jezuïet, Jan Sanders SJ, volgden spoedig meer meldingen. De slacht­offers verenigden zich in de Lotgenoten-groep Canisius. Voor allen geldt dat het misbruik zich voordeed in de jaren zeventig en tachtig, in de context van het Canisiuscollege of de daarbij be­horende scoutinggroep van de Zeeverkenners (Nijmegen).

 

Uit de onderlinge besprekingen van deze (inmiddels tot boven het dozijn gegroeide) lotgenoten­groep, bleek spoedig dat men zich volstrekt niet kon vinden in de uitgangspunten en handel­wijze van het (door de KNR – Konferentie van Nederlandse Religieuzen – en de RKK – Rooms Katholieke Kerk – opgerichte) Meldpunt Seksueel Misbruik RKK.

 

De bezwaren richtten zich met name tegen de juridiserende setting, de plicht tot aanvoeren van steunbewijs, en de afhandeling van eventuele financiële tegemoetkoming door een compensa­tiecommissie. Vooral het feit dat (door middel van de zogenaamde Lindenbergh-categorieën) de verrichte handelingen tot een kwantitatieve financiële maatstaf werden herleid zette veel kwaad bloed.

 

In plaats daarvan wenste de lotgenotengroep een afhandeling die meer ‘op maat’ zou zijn van elk slachtoffer, dat wil zeggen: waarbij de erkenning, het samen zoeken naar de harde en complexe waarheid, én de ervaren (immateriële) schade tot uitgangspunten zouden worden gemaakt, met het oog op het definitief kunnen omdraaien van een pijnlijke bladzijde door alle participanten van het traject – ieder op zijn eigen manier.

 

In de loop van 2011 klopte de lotgenotengroep daartoe aan bij de toenmalige Provinciaal Jan Bentvelzen (NER). Hoewel deze bereid was mee te gaan met het idee van mediation, verliepen de besprekingen hierover om diverse redenen moeizaam. Het idee kreeg pas vaste vorm in het najaar van 2012.

 

Als voorbeeld werd een eerder mediation-traject tussen religieuzen en slachtoffers genomen, namelijk dat van de paters salesianen, die met een groot aantal slachtoffers tot een vergelijk wa­ren gekomen. De werkwijze verschilde echter hierin dat in de bemiddeling van de salesianen fi­nanciële tegemoetkoming toegekend werd door een commissie die in principe los stond van de  mediation, terwijl in ons traject de tegemoetkoming juist binnen die bemiddeling tot stand  kwam. De Lotgenotengroep Canisius droeg zelf mediatoren voor: Drs. L. Stam (seksuoloog NVVS-psychotherapeut en gespecialiseerd in seksueel misbruik bij jongeren) en Mr. L. ten Brink (mediation-advocaat en oud-leerling van het Ignatiuscollege in A’dam).

 

De voorbesprekingen leidden in de zomer van 2013 tot een groepsovereenkomst en tot indivi­duele overeenkomsten, met de provinciaal en slachtoffers. Deze groepsovereenkomst bepaalt ook dat voorlopig nog onbekende (en dus nog niet behandelde) slachtoffers beroep kunnen doen op dit traject tot 31 december 2017. Zo kon het mediation-traject beginnen met de slachtoffers die zich intussen bij de jezuïeten hadden gemeld. Velen daarvan hebben nooit een melding inge­diend op het Meldpunt.  (Dit Meldpunt werd overigens per juli 2014 opgeheven.)

 

Om praktische redenen werden de slachtoffers, die zich liever lotgenoten noemen, opgedeeld in twee groepen: de eerste groep begon het mediation-traject in het najaar van 2013, de tweede groep in de eerste maanden van 2014. De mediation bestond steeds uit twee of drie individuele voorbereidende gesprekken van de mediatoren met één van de lotgenoten, gevolgd door een dag waarop de verslagen van deze gesprekken met de mediators en de twee vertegenwoordigers van de orde werden besproken. Hierna vonden twee of drie bemiddelingsgesprekken plaats waarbij eerst de vicaris voor Seksueel Misbruikzaken, Theo van Drunen, en later ook de provinciale overste, Johan Verschueren, aanwezig waren.

 

De voorbereidende gesprekken dienden om de slachtoffers bij hun verhaal te brengen. Nadat het onderlinge vertrouwen daartoe voldoende was gegroeid, konden ook  de zeer pijnlijke herinneringen aan het misbruik door de beide media­toren met erkenning en vanuit hun deskundige ervaring worden besproken. Elk gesprek werd genotuleerd door een professionele secretaris, zo nodig gecorrigeerd door de betrokken persoon en vervolgens bezorgd aan Theo van Drunen en Johan Verschueren. Dit alles maakte het mogelijk om een accuraat beeld te krijgen over het psychologisch profiel van de dader, zijn modus operandi t.a.v. slachtoffers en medebroeders.

 

Maar vooral kregen zij inzicht in de betekenis die het voor de lotgenoten des­tijds had, om met dit dubbelleven met een groot geheim en de eenzaamheid die dit gaf, om te gaan. Ook om de langdurige gevolgen voor hun latere leven aan te horen, zoals problemen in de werksituatie als het omgaan met autoriteiten en gericht op controle van de omgeving, de moeite om met intimiteit om te gaan, de veelal verstoorde seksuele ontwikkeling, relationele proble­men en  vele andere gerelateerde problematiek..

 

In de bemiddelingsgesprekken die hier op volgden stond de dialoog tussen de beide betrokke­nen (de lotgenoot en de vertegenwoordiger van de orde) centraal. Na afloop konden Theo van Drunen en Johan Verschueren naar ieder individueel slachtoffer oprecht erkenning geven en  schaamte en spijt betuigen over de afschuwelijke en misdadige handelingen die in het verleden hadden plaatsgevonden,  en de gevolgen die dit voor hun leven heeft gegeven. Eveneens  spraken zij oprechte spijt uit m.b.t. de (bestuurlijke) missers die zich in de afhandeling hadden voorgedaan. Waar nodig verschaften ze ook achtergrondinformatie over de geschiedenis, het bestuur en de veranderingen in de werkwijze van de Orde. Het op deze wijze uit de weg ruimen van misverstanden verschaf­te de basis om uiteindelijk naar buiten te kunnen komen met een gezamenlijk verhaal over het misbruik.

 

Naarmate het vertrouwen groeide tussen de partijen, voelden allen het helend effect van de ses­sies. De lotgenoten toonden zich vaak zichtbaar opgelucht door de erkenning. En de vertegenwoordigers van de orde maakten gaandeweg een bekeringsproces door, en ervoeren ook op hun beurt heling, waar zij zich  verraden voelden door de misdadig handelingen van één van hun medebroeders in het verleden. De degelijkheid van het mediation-traject bewees zich ten slotte hierin, dat met elk van de dertien deelnemende lotgeno­ten een akkoord werd gevonden waarbij iedereen zich goed voelde en waarbij een vaststellings­overeenkomst getekend werd waarin de erkenning, spijtbetuiging, financiële tegemoetkoming, en eventuele aanvullende vormen van hulpaanbod vervat liggen.

 

Hoewel het gebeurde niet ongedaan gemaakt kan worden, overheerst bij de lotgenoten op dit ogenblik het positieve gevoel van in hun verhaal eindelijk gehoord en erkend te worden. Ver­schillende van hen hebben zich dan ook bereid verklaard samen met de paters jezuïeten na te willen denken over opvolging in de vorm van een publiek monument voor de slachtoffers, en/of het ontwikkelen van ideeën met betrekking tot preventie en bewustwording. Met een publiek monument voor de slachtoffer willen we ook erkenning geven aan degenen die zo beschadigd werden dat ze het leven niet meer aankonden.

 

Johan Verschueren SJ en Theo van Drunen SJ

Voor vragen en/of meer informatie : raymond.lelkens@gmail.com