Dader kindermisbruik is vaker dan gedacht familie

Bij kindermisbruik is de dader in 38 procent van de gevallen een familielid van het slachtoffer. Dat is vaker dan tot nog toe werd gedacht.

Dit wordt duidelijk na een onderzoek van de Nationaal Rapporteur Seksueel Geweld tegen Kinderen naar zevenhonderd vonnissen van misbruik in 2012 en 2013.

Bijna een kwart van de daders is een ouder, broer of stiefbroer. In dertien procent van de gevallen gaat het om ‘tweedelijns familie’, zoals een opa of oom.

Vaak wordt gedacht dat het gevaar van buitenaf komt, zegt nationaal rapporteur Corinne Dettmeijer. “Van de enge, onbekende man in de bosjes. Maar het gevaar komt juist vaak van heel dichtbij, soms zelfs van de allernaaste familie.”

 

Beter signaleren

Dettmeijer pleit voor meer aandacht voor het signaleren van misbruik binnen de familiekring, aangezien slachtoffers van misbruik door een bekende vaak pas veel later aangifte doen dan wanneer een onbekende in het spel is. Het complete onderzoek wordt begin volgend jaar gepresenteerd.

De nationaal rapporteur vindt dat er meer aandacht moet komen voor het signaleren van misbruik binnen familiekring. Slachtoffers doen doorgaans pas later aangifte als de misbruik wordt gepleegd door een bekende. Bij misbruik door een onbekende doen ze gemiddeld binnen tien dagen aangifte, bij een familielid of naaste duurt het vaak acht maanden.

Ook wordt er vaak helemaal geen aangifte gedaan, zodat het onduidelijk is hoe vaak deze vorm van  misbruik precies voorkomt in Nederland.

Afghaanse politie misbruikt jongens onder toeziend oog Amerikaanse soldaten

‘In de nacht horen we hen schreeuwen, maar we mogen niet ingrijpen’

bachabaaziDoor Amerikaanse en Europese strijdkrachten getrainde Afgaanse politie en militairen maken zich op grote schaal schuldig aan kindermisbruik. Amerikaanse troepen zouden niet alleen orders hebben gekregen om het misbruik te negeren, maar zelfs oogluikend hebben toegestaan dat Afghaanse officieren zich op Amerikaanse bases aan kinderen vergrepen. Dat schrijft de New York Times (NYT) zondag.

Gregory Buckley senior verklaart in het artikel dat zijn zoon, een Amerikaanse marinier die in 2012 op de basis in Afghanistan werd doodgeschoten, vanuit zijn bed ’s nachts de jongens kon horen schreeuwen. Buckley spoorde zijn zoon aan om het misbruik te melden bij zijn meerderen, die de gruwelijke misdaden vervolgens afdeden als ‘cultuurverschijnselen’ die genegeerd dienden te worden.

Dan Quinn, een voormalig officier in de ‘special forces’, verloor zijn rang en baan nadat hij een Afghaanse militaire commandant in elkaar sloeg. Het feit dat de laatste een jongen aan zijn bed had vastgeketend en het kind misbruikte als seksslaaf, deed er blijkbaar niet toe. Quinn stelt in de NYT:

“We zijn hier omdat we hoorden over de afschuwelijke dingen die de Taliban mensen aandeed, hoe ze mensenrechten afpakten. Maar wij brachten mensen aan de macht die nog ergere dingen deden dan de Taliban.”

Volgens kolonel Brian Tribus, een woordvoerder van de Amerikaanse strijdkrachten in Afghanistan, vallen beschuldigingen van kindermisbruik door Afghaanse militairen en politiemensen onder het lokale strafrecht en geldt er geen meldingsplicht voor Amerikaanse militairen die getuige zijn van dergelijke misdaden. Alleen indien verkrachting zou worden ingezet als ‘oorlogswapen’ bestaat er een mandaat om in te grijpen.