Geheugen

Wat is m’n geheugen waard? Iedereen die zich seksueel misbruik als kind beleefd is gaan herinneren en geen enkele getuige heeft zal dit herkennen: er blijft altijd twijfel. Gister bekeek ik allerlei kleine souvenirs uit mijn eigen kindertijd. Schriftjes waarin ik heb leren schrijven, zelfs werkjes uit m’n kleuterschooltijd. Mijn vader hield een dagboek bij voor mij. Daarin schreef hij ongeveer eens in de week of twee weken een kort stukje waarin hij vertelt over wat er in ons gezin en familie en in het wereldnieuws gebeurde. Er is helemaal niets dat ik duidelijk kan linken aan de verkrachting die ik mij heel precies ging herinneren toen een lichaamsgericht werkende therapeut mij vragen was gaan stellen over wat hij aan mij zag. De therapeut was niet suggestief in zijn vragen. Er was geen suggestie nodig, het kwam allemaal vanzelf omhoog en in de loop van een half jaar werd het een gedetailleerd verhaal dat ik hier op deze website ook verteld heb. Maar enig bewijs of een getuige heb ik niet. Daarom bekruipt mij soms de wens om het allemaal weer weg te stoppen en het hele verhaal af te doen als een fantasie. Een vreemde fantasie, een soort nachtmerrie, dat wel, maar geen feiten en niet echt gebeurd. Maar ik besef tot mijn spijt dat dat niet meer kan. En eigenlijk ook nooit gekund heeft ook al heb ik het me heel lang niet herinnerd.

Geen Zin

Sportfederatie NOC/NSF: Zijn er alleen sportende meisjes misbruikt?
Hoe helpen jullie de duizenden jongens / mannen om naar voren te komen met hun verhaal?
Met een hulplijn van slachtofferhulp? Dat wordt net zo’n mislukking als bij kerkelijk misbruik.
Door seksueel misbruik wordt je traumaseksueel en loop je een psychische dwarlaesie op.
De dader zit in je en je weet het niet. Je hebt hulp nodig van ervaringsdeskundige hulpverleners
om de dader en de daad uit je te krijgen.

‘Ik zat gevangen in mijn lichaam en geest’

Misbruik in de sport

Als meisje had de Ierse Karen Leach (47) een droom: zwemmen bij de Olympische Spelen. Maar haar lichaam ging haperen, nadat ze was misbruikt door haar zwemtrainer. „Dit gesprek maakt veel los, ik moet er bijna van kotsen

* Danielle Pinedo  9 april 2017

Derry O’Rourke. Bij het horen van die naam kromp ex-zwemster Karen Leach nog niet zo lang geleden ineen. „Een paar jaar geleden had ik hier niet kunnen zitten”, zegt zij. „Dit gesprek maakt veel los. Ik moet er bijna van kotsen.”

Karen Leach (47) is een van de achttien Ierse ex-zwemsters die voormalig bondscoach O’Rourke in de jaren negentig aanklaagden voor seksueel misbruik. „Ik ben ervan overtuigd dat er meer slachtoffers zijn”, zegt Leach. „Sinds ik mij publiekelijk over zijn wandaden uitspreek, hebben veel vrouwen zich bij mij gemeld.”

De rechter achtte bewezen dat O’Rourke zich in de jaren tachtig en negentig aan minderjarigen had vergrepen. Hij kreeg twaalf jaar celstraf. Dat hij na negen jaar vrij kwam, vindt Leach onbegrijpelijk. „Door hém heb ik ruim drie decennia gevangen gezeten”, zegt zij. „Ik zat gevangen in mijn lichaam en geest. In de goot, met de ratten.”

We zitten in de bibliotheek van een vliegveldhotel bij Dublin. Op de achtergrond klinkt gekwetter van vakantiegangers. In de twee uur die volgen zal Leach haar verhaal vertellen. In razend tempo. „Ik voel mij sterk”, zegt zij. „Sinds kort heb ik mijn stem gevonden.”

Wat voor meisje zij was? Ze denkt even na en staart naar de kast met Ierse bestsellers. „Ik had drie jongere broers en speelde veel in de natuur. We woonden in een dorp bij Dublin met veertien huizen. Mijn jeugd was gelukkig. Ik groeide op in een liefdevol gezin.”

Ze vertelt dat haar ouders niet konden zwemmen. Ze vroegen hun kinderen of ze het wilden leren. Leach was zeven jaar toen ze voor het eerst een zwemcomplex betrad. Ze begon op vrijdagavond in de kinderklas, samen met haar broers. Het water gaf haar een gevoel van vrijheid, meer nog dan fietsen of hink-stap-springen. Al snel zwom zij baantjes met oudere zwemmers. Op haar negende werd ze uitgeroepen tot most improved swimmer of the year. Het is de enige prijs die zij niet in de prullenbak gooide.

Leach zwom voor haar plezier, maar droomde er ook van uit te komen bij de Olympische Spelen. Niet om Ierland trots te maken, al was dat natuurlijk een leuke bijkomstigheid. „Het leek mij gewoon mooi zoiets mee te maken. In gedachten liep ik achter de vlaggendrager tijdens de openingsceremonie.”

Alsof hij God was

Naarmate zij ouder werd – en zich meer ontwikkelde als zwemmer – werd het verlangen sterker. Ze trainde hard en won als junior alles wat er te winnen viel. Ze vertegenwoordigde de stad Leaxlip en het graafschap Kildare. Op haar tiende nam zij namens Kildare deel aan een groot zwemtoernooi in eigen land. Haar belangrijkste optreden tot dan toe. Die dag hoorde ze een buzz toen ze de zwemhal binnen liep. „It’s him! The olympic coach is in the building!” Zijn naam zei haar niets. Ze wilde naar de volgende fase van het toernooi, meer niet. „Maar ik voelde wel dat die man op dat stoeltje aan de rand van het bad belangrijk was”, zegt zij. „Zijn aura…” Ze zwijgt even. „Je kon niet om hem heen.”

Derry O’Rourke was kort daarvoor teruggekeerd van de Olympische Spelen van 1980 in Moskou. Zijn zwemsters hadden er geen medailles gewonnen, maar zijn faam was groot. „Hij gaf les bij de beste zwemvereniging van het land: Kings hospital swimming club in Dublin. „Mensen behandelden hem alsof hij God was. Daar gedroeg hij zich ook naar.”

Die dag in het wedstrijdbad deed ze haar stinkende best. Niet omdat de olympische coach aan de badrand zat, maar omdat zij de race wilde winnen – wat ook gebeurde. Na afloop belde O’Rourke met haar vader. Hij zei dat Leach ‘groot potentieel’ had. ‘Als ze bij mijn club komt, kan ze het ver schoppen. U weet dat ik coach ben van het olympische team?’

Haar ouders wilden het beste voor haar. En zij hield van het clubje waar al haar vriendinnen trainden. Toen O’Rourke bleef bellen, stemde ze toe. Hij had het tóen al over de Olympische Spelen. Alsof hij haar gedachten kon lezen.

Zwemmen bij Kings hospital swimming club stond in geen verhouding tot het zwemmen bij haar oude club. Niet alleen werd er véél langer en harder getraind, de sfeer was er ook anders. „O’Rourke duldde geen tegenspraak”, zegt Leach. „We deden wat hij ons opdroeg. Het plezier was weg.”

Maar het contact met haar ploeggenoten maakte veel goed. Ze brachten zeven uur per dag met elkaar door, stonden ’s ochtends samen te bibberen langs de badrand. „Als ik over hen praat zie ik hun hoofdjes weer voor me”, zegt zij. De ploeggenoten zaten jaren later samen tegenover Derry O’Rourke in de rechtszaal, maar hebben onderling nooit over zijn misstappen gesproken.

De bestuurskamer

Hoe het misbruik begon, kan Leach zich niet herinneren. Wat het inhield wel, al heeft zij zich voorgenomen daar niet in detail over te praten. „Hij deed verschillende dingen met mijn lichaam”, zegt zij. „Invasie en verkrachting, laat ik het daar op houden.”

Het misbruik vond vaak plaats in de bestuurskamer, aan het uiteinde van het zwembad. De kamer kon niet worden afgesloten, maar O’Rourke vond altijd wel een manier om anderen de toegang te versperren. „Hij plaatste zijn rug tegen de deur, of duwde de deurhendel omhoog”, zegt Leach. Ze was tien of elf toen hij haar voor het eerst betastte.

In de bestuurskamer lagen de peddels en zwemplanken opgestapeld, legt zij uit. Je moest wel naar die kamer om aan de training deel te kunnen nemen. „O’Rourke zat er niet ver vandaan, op zijn stoel. Ik moest langs de hele lengte van het zwembad lopen, terwijl hij mij in het vizier hield. Terwijl ik liep was er maar één vraag die mij bezighield: staat hij op van zijn stoel?”

Ze kon niet rennen om hem voor te zijn; dat zou opvallen. Langzaam lopen had ook geen zin; soms rinkelde halverwege haar gang de telefoon, en wandelde hij naar de bestuurskamer om hem zogenaamd op te nemen. „En soms zat hij al in de bestuurskamer als ik binnenkwam. ‘I will call you back later’, sloot hij abrupt af.

Ze herinnert zich het gelige licht in de schaars verlichte kamer. En ze weet nog dat hij altijd die ene zin uitsprak voordat hij haar kleding uittrok: ‘Ik wil je lichamelijke ontwikkeling checken’. Leach bleef „stokstijf staan”. In gedachten was zij op een andere plek, al weet zij niet meer welke.

Niet ver van die bestuurskamer zat haar vader te wachten in zijn auto. Hij bracht haar iedere ochtend naar de training. Moeder maakte thee, die ze meegaf in een thermosfles. Vaak rolde vader zich op in zijn slaapzak in de auto. Hij doezelde tot zijn dochter een paar uur later op het raam tikte.

Sterfbed

In de loop der jaren begon het lichaam van Leach steeds meer te haperen. Haar armen, rug en benen: overal deed het pijn. De artsen konden geen oorzaak vinden. Tot overmaat van ramp plaatste O’Rourke haar op haar vijftiende terug naar het B-team. Misschien wel haar grootste angst; de Spelen kon zij vergeten.

Haar ouders konden haar moodswings niet verklaren. Pas jaren later, nadat zij O’Rourke had aangeklaagd, nam ze haar moeder in vertrouwen. „Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen mijn vader in te lichten”, zegt zij. „Die arme man met zijn thermoskan in zijn slaapzak… Ik had liever dat hij het van mijn moeder hoorde.”

Haar moeder ging gebukt onder schuldgevoel. Drie jaar later beroofde zij zichzelf van het leven. De vrouw zonder zwemdiploma werd uit het kanaal gedregd. Kort daarvoor had ze haar dochter verzekerd dat ze van haar hield. ‘Het spijt me’, zei ze ‘dat ik niet voor mijn kleine meisje heb gezorgd’.

Kort voor de vader van Karen Leach stierf, vijf jaar geleden, kwam het misbruik indirect ter sprake. „Bedankt voor alles”, zei ze tegen hem. „Je was de beste vader die ik mij kan wensen.” In zijn ziekenhuisbed vocht hij tegen zijn tranen. ‘Dat weet ik zo net nog niet’, antwoordde hij.

Het misbruik en de gevolgen daarvan deden Leach vaak op het randje van de dood balanceren. Met tussenpozen zat ze tien jaar in een psychiatrisch ziekenhuis. Na iedere zelfmoordpoging volgde weer een opname. Ze slikte valium, antidepressiva en pijnstillers. „Ik heb geluk dat ik nog leef”, zegt zij.

Psychotherapeute

Na de zoveelste zelfmoordpoging besloot zij zes jaar geleden dat het genoeg was. Ze woonde op zichzelf en had een zoon van drie. Toen ze de kleuter op een nacht zag slapen – „zo onschuldig met zijn blonde krullen” – besloot ze haar pijn niet langer aan hem door te geven. „Waar O’Rourke was geëindigd, had ik het opgepakt. Het werd tijd om in de spiegel te kijken. Al was het maar voor mijn zoon.”

Leach ging in therapie, volgde een opleiding tot psychotherapeute en begon zich uit te spreken over haar traumatische ervaring. Ze geeft sinds vorig jaar presentaties over de hele wereld. ‘Ik heb kindermisbruik overleefd’, houdt zij haar publiek voor. ‘Dat kunt u ook, met de juiste begeleiding.’
———————-

Bron: https://www.nrc.nl/nieuws/2017/04/09/ik-zat-gevangen-in-mijn-lichaam-en-geest-8040600-a1553869?utm_source=SIM&utm_medium=email&utm_campaign=Gespreksstof&utm_content=&utm_term=20170416

 

Misbruikslachtoffer Andy Woodward: ‘De dader werd mijn zwager’

Seksueel misbruik in de sport De Engelse ex-profvoetballer Andy Woodward onthulde eind vorig jaar hoe hij door een jeugdtrainer was misbruikt. Na hem vertelden honderden anderen hun verhaal. „Een geheim kan je ruïneren.”

Voormalig profvoetballer Andy Woodward: „Mijn verhaal kan ook anderen bevrijden van een last” Foto Mark Waugh/Manchester Press Photo

Zijn verschijning doet niets vermoeden. Zwarte haren, donkerbruine ogen, strak colbert boven een getailleerde broek. Hoffelijk op zijn Brits, maar gedistingeerder en zachtmoediger. Een man naar wie vrouwen nog eens omkijken.

Je moet ook maar weten dat er achter de voorkomendheid een gehavende ziel schuilgaat. Wie in het hoofd van voormalig profvoetballer Andy Woodward zou kunnen kijken, ontwaart een trauma met flashbacks van een monsterlijke voetbaltrainer die tevens zijn zwager is geweest. Een sinister drama.

„Ik heb altijd een masker gedragen. Maar van binnen was het nooit weg, de paniek, de angstaanvallen, de pijn. Nu kan ik eindelijk mezelf zijn.”

In een leeg en sober restaurant in Manchester schetst Woodward (43) de nasleep van zijn onthullende interview in The Guardian van november vorig jaar. Tot in detail vertelde hij wat zijn jeugdtrainer Berry Bennell hem als kind heeft aangedaan. All the way – van de meer dan honderd verkrachtingen tot de suïcidale gedachten die hem sindsdien achtervolgden.

De tijd was er rijp voor. Op aanraden van zijn therapeut benaderde hij een journalist, die het anoniem zou opschrijven. Maar na twee gesprekken en enkele weken bedenktijd besloot hij dat zijn naam toch genoemd kon worden. „Zodat het verhaal nog meer impact zou hebben. Want dit gaat niet alleen om mij, dit kan ook anderen de moed geven om zich te ontdoen van die vreselijke last.”

Dat is ook wat gebeurde. Ook andere misbruikslachtoffers zochten contact met media en politie. De politie kondigde nieuwe onderzoeken aan en meldde in januari dat er 526 slachtoffers en 184 daders waren geïdentificeerd, verdeeld over meer dan 240 clubs. Voorzitter Greg Clarke van de Engelse voetbalbond FA sprak van de grootste crisis in het Engelse voetbal die hij zich kon heugen.

„De media en de mensen hebben het geweldig opgepikt”, zegt Woodward. „Er is zoveel steun. Mensen op straat stoppen om me de hand te schudden. Ze zeggen: jij hebt onze ogen geopend, jij hebt mensen gered. Er was een jongetje van veertien dat zelfmoord wilde plegen, maar nu hulp krijgt. Andere slachtoffers vertelden me dat ze hun geheim mee het graf in hadden genomen als ik mijn verhaal niet had gedaan. Dit is zo’n taboe.”

Ruim een week na de publicatie deden vier slachtoffers onder wie Woodward hun verhaal in een talkshow bij de BBC. Een van hen zei daar dat BBC-presentator Jimmy Savile, die na zijn dood werd ontmaskerd als pedoseksueel, vergeleken met Bennell een „koorknaap” was. In tranen vertelde Woodward over een voetbaltrip naar Gran Canaria. Zeven jongetjes van twaalf jaar, zeven dagen lang. Elke avond had Bennell een ander.

Flamboyante levensstijl

Hoewel Bennell inmiddels drie celstraffen heeft uitgezeten voor kindermisbruik, denkt Woodward dat er nog veel meer onbekende slachtoffers zijn van deze meestermanipulator, die zijn seksuele voorkeur maskeerde met voetbalkennis en een flamboyante levensstijl. Tot zijn eerste veroordeling gold Bennell als een gewaardeerd talentenspotter. Hij reed een blinkende Mercedes, had het altijd over zijn contacten bij grote clubs als Chelsea en woonde in een groot huis dat voor kinderen het paradijs was, inclusief jukebox, pooltafel, speelautomaten en wilde dieren als een aapje. Wanneer voetballertjes kwamen logeren, werd het beestje uit zijn kooi gehaald om op hun schouder te zitten.

Hoe het misbruik ontstond? Zo: Bennell vertelt ouders dat hij hun zoon aan een stage kan helpen bij een grote club, biedt aan de jongen er zelf heen te rijden en betast tijdens de autoritten het spelertje, dat van schrik verstijft en vaak nog te onwetend is om naderhand alarm te slaan.

Woodward: „Je gaat twijfelen aan jezelf, aan je eigen seksualiteit. Wie weet ligt het aan jou.”

Anders dan je zou kunnen denken, zijn óók de ouders slachtoffer, benadrukt Woodward. Als een van de betere coaches van het land liet Bennell hen geloven dat hij hun kind richting het profvoetbal kon loodsen, wat soms ook zo was. Dat geïdealiseerde vooruitzicht leidde de aandacht af van een risico dat in de jaren tachtig minder snel werd opgemerkt dan nu.

Tegen de jongens werd gezegd: „Als je thuis iets zegt, voetbal jij nooit meer.”

Woodward is veertien als zijn zestienjarige zus een relatie krijgt met de veel oudere Bennell.

In het restaurant zijn er momenten dat Woodward glazig voor zich uit kijkt. Aan de wil om te praten ligt het niet – hij ziet het als zijn plicht, zodat hij anderen kan helpen. Maar tegelijk herinnert elke vraag hem aan de gruwel, als een aaneenschakeling van pijnigende flashbacks. Door afstand te houden, is hij minder kwetsbaar.

„Pas als je bent misbruikt kun je bevatten wat mij is overkomen, welke last ik bij me draag”, zou hij later zeggen.

Vanaf zijn elfde droeg hij die last. „Tot die tijd was ik een happy kid. Ik was een zachte jongen, beleefd, stil, lief. En helemaal voetbalgek. En op een of andere manier weten pedoseksuelen precies wie ze eruit moeten pikken. Hij koos mij, omdat hij wist dat zachte jongens zich minder snel verzetten. Sterke persoonlijkheden worden er minder snel uitgepikt.”

Bennell helpt hem op weg in het profvoetbal. Na een door hem geregelde (mislukte) stage bij topclub Manchester City brengt de scout hem onder in de opleiding van de kleinere profclub Crewe Alexandra. Woodward doorloopt alle jeugdrangen en maakt er in 1994 op twintigjarige leeftijd zijn debuut in het eerste elftal. In zijn tien jaar omvattende carrière speelt hij bij zes verschillende clubs in de lagere divisies van Engeland.

„Er had meer ingezeten als het misbruik nooit was gebeurd. Voetbal werd een mentale strijd, een gevecht tegen demonen in mijn hoofd. Bij Bury veinsde ik een hamstringblessure terwijl ik een paniekaanval had. En dat gebeurde steeds vaker. Andere jongens gingen er al net zo kapot aan. Je moest innerlijk heel sterk zijn om alsnog ver te komen. Veel carrières gingen verloren.”

Totale shock

Zijn verhaal bevat een onwaarschijnlijk element dat aantoont hoe diep Bennell indertijd is doorgedrongen in zijn leven. De man die hem verkracht, wordt zijn zwager. De man van zijn zus. Vader van zijn neef en nicht.

Dit maakt zijn tienerjaren nog ingewikkelder dan ze al zijn. Woodward is veertien als zijn zestienjarige zus een relatie krijgt met de veel oudere Bennell. Vier jaar later, in 1991, is hij getuige van hun huwelijk. Zijn toestand van binnen: totale shock. Maar hij zegt niets. De verdediger wil doorbreken bij Crewe, waar Bennell veel macht heeft. Eén woord kan hem zijn carrière kosten.

In hetzelfde jaar dat Woodward debuteert in het profvoetbal, 1994, wordt Bennell voor het eerst veroordeeld wegens ontucht. In Amerika, waar hij voetbalkampen voor de jeugd organiseert, heeft hij een Engelse tiener aangerand. Thuis raakt de jongen in paniek, uit vrees voor aids. Bennell zit drie jaar in een Amerikaanse cel.

Bij terugkeer in Engeland wordt hij meteen gearresteerd. Nadat er een documentaire over Bennell is verschenen over de ware aard van de voetbaltrainer, is ook de Britse politie een onderzoek gestart. Een ander slachtoffer merkt Andy Woodward aan als potentieel slachtoffer, maar als rechercheurs hem benaderen, trekt de voetballer een muur op. Hij blijft zwijgen uit vrees voor de impact die zijn verklaring zal hebben op zijn familie. Met name op zijn zus.

Wie de moed heeft om erover te praten, zal uiteindelijk vooral opluchting voelen.

Andy Woodward

Pas na langdurig aandringen breekt hij. „Mijn neef en nichtje kwamen op een leeftijd waarop ik dacht: nu zouden zij aan de beurt kunnen zijn. Ik maakte me zorgen om hen en moest dat statement maken.”

Mede door zijn getuigenis wordt Bennell een jaar later veroordeeld tot negen jaar celstraf op basis van 22 aanklachten. Na het horen van zijn verhaal scheidt zijn zus van Bennell. Dat Woodward destijds anoniem bleef, heeft ertoe geleid dat de impact van het interview van november 2016 des te groter was. Niemand wist dat zijn carrière stokte door een trauma. Dat hij voetbalde als een wrak, omdat hij een wrak was. Zoals dat ook geldt voor andere slachtoffers die een belofte waren maar nooit zo goed werden als verwacht.

„Na de rechtszaak in 1998 is het één jaar goed gegaan. Ik was opgelucht, dacht dat de ellende voorbij was. Maar de flashbacks kwamen terug. Angst, paniek, slapeloze nachten, suïcidale gedachten. Het hakte erin.”

Drie jaar en maar 53 duels later beëindigde hij vervroegd zijn loopbaan als voetballer. Erna werkte hij zich bij het politiekorps van Lancashire op tot rechercheur. Achteraf noemt hij dat de slechtste keuze die hij had kunnen maken. De confrontatie met ellende betekende nog meer wanorde in zijn hoofd.

Tv-presentator

Als zijn mentale problemen verergeren licht Woodward zijn chef in bij de politie waar hij werkt als rechercheur. Er is begrip, maar nog geen jaar later wordt hij op de zaak van tv-presentator Stuart Hall gezet, die wordt veroordeeld voor ontucht met meerdere meisjes. „Die zaak kwam veel te dicht bij mijn eigen verleden, de uitwerking in mijn hoofd was verwoestend. Wat ik nu doe, geeft me veel meer voldoening. Nu kan ik mensen echt helpen, dit ligt dichter bij mijn hart.”

Naast klokkenluider wil hij een boegbeeld zijn. Een bemiddelaar tussen hulpinstanties, slachtoffers en autoriteiten, die fulltime het woord verspreidt ten behoeve van gerechtigheid en preventie. „Zelf kreeg ik geen hulp na mijn getuigenis in 1998. Niks. Nu is die hulp er wel, volop. Maar voor trainers, ouders en sportbonden valt er nog veel te leren. In Engeland hebben we nog steeds geen meldplicht voor iemand die getuige is van misbruik of ontucht. Misbruikslachtoffers die zich melden worden soms pas weken later teruggebeld door de politie. Als slachtoffer is dat frustrerend. Met de stichting Enough Abuse UK proberen we voor meer bewustwording te zorgen.”

Een gehavend mens zal hij altijd blijven. Nog lang zal hij behandeld moeten worden voor de posttraumatische stressstoornis waarmee hij is gediagnosticeerd. Maar er is hoop. Sinds hij figureerde op de voorpagina van The Guardian is hij meer in balans. Meer dan ooit put hij kracht uit zijn relatie. Na drie mislukte huwelijken vond hij rust bij een oude vriendin die als een van de weinigen wist wat hem was overkomen. „Dat helpt in een relatie. Zelda is mijn rots.”

Wat zou hij willen meegeven aan slachtoffers die altijd hebben gezwegen? Weer die bedachtzame blik, een stilte. „Een geheim kan je ruïneren. Wie de moed heeft om erover te praten, zal uiteindelijk vooral opluchting voelen.”