Lagere school Frankrijkstraat in Eindhoven

Ze zeggen dat…, als je het van je af schrijft, dat het vanzelf beter gaat. Mooi niet dus.

Het begon in de tweede klas van de lagere school in Eindhoven. Daar aan de Frankrijkstraat, zaten in hoofdzaak fraters als leerkrachten. Een frater die als “klaar over”dienst deed die dag, stuurde me terug naar binnen, naar zijn klaslokaal.
Even later, kwam ie ook, en na een kort intro gesprekje over dat ik er wat slordig bij liep, werd ie handtastelijk. Ik moest ook bij hem voelen, en daar bleef het die middag bij.

Hem ontwijken leek me de beste remedie, maar een dag of 2 later mocht ik weer naar binnen.
Daar onder z’n bureau heb ik ‘m voor het eerst laten ejaculeren. Ik schrok me kapot, omdat volgens mij het ding was om mee te plassen. Stijf werd ie alleen als je nodig moest, en soms door onbekende omstandigheden, waar ik niet van wist wat het kon zijn.
Bedenk, ik was net 7 jaar.

Daarna in het fraterhuis, waar ie er genoegen in schiep, over me heen te plassen, en daarna te spuiten.
Ik noemde hem “Frater Spuitertje”, omdat het noemen van zijn naam heiligschennis was, waarop hel en verdoemenis mijn lot zouden zijn.

In de tuin van het klooster, werden we gezien door een andere frater, met dezelfde ideeën. Waarop een “uitnodiging” volgde. In de kelder van school, leerde ik dan hoe fellatio in zijn werk ging.
In mum van tijd, lag het hele zootje van ‘m in mijn mond. Zijn naam werd: “Frater Zuigertje”, om dezelfde

reden: De hel, omdat ook die naam noemen dat opleverde.
Maar de ergste moest nog komen: “Frater Duwertje”. Als je straf kreeg, gaf ie je eerst een paar halfzachte tikken op je blote kont, waarna ie er overheen aaide, zo van, “Sorry, maar je had het verdiend.”
Het aaien ging vooral over de bilnaad, met de vinger steeds over het gaatje.

Na de diverse “intro” bezoekjes, nam ie me mee naar zolder van het fraterhuis, en op een bed of stapel matrassen, stopte ie met creme ingesmeerde vingers in mijn anus. Eerst een, dan twee, en zo verder. Daarna duwde ie z’n piemel er in, wat erg veel pijn deed en het bloedde ook wat. Maar gelukkig, deed het na enkele keren geen pijn meer. Bedenk daarbij, dat die rotzak nog niet eens bij ons op de school werkte.

Maar hij had me gezien in die tuin, met de twee anderen, waardoor ik denk, dat ze het van elkaar wisten.
Zo heb ik die mannen 4 jaar mogen helpen. Al gauw een keertje per week ieder.
Maar op een goeie dag was daar Frater Carolus Borromeus. Hij vroeg me mee te gaan naar de st Petruskerk.
Daar zou ie me het orgel laten zien. Nou, dat orgel kende ik dus wel intussen!

Maar wat schetst mijn verbazing? We gingen écht naar dat orgel, en hij speelde dat het een lieve lust was!!
Hij gaf een rondleiding door het orgel, alsof ik er eentje moest gaan bouwen. Hij leerde me wat registers waren, en
hun funktie. Hoe ze te bedienen. Via een lijstje en hoofdknikjes als commando speelden we wat af.

Ook bezochten we tentoonstellingen over de meest uiteenlopende onderwerpen.
Daardoor was ik steeds “bezet”en konden de anderen mij niet meer reserveren. Hun aandacht werd stilaan minder.
Mijn gedachte is, dat ze gewoon een ander slachtoffer zijn gaan zoeken. Een sociaal zwakkere uit die kleine huisjes.
Frater Carolus Borromeus was een vent, die stond voor wat ie uitdroeg! ’n Vent uit één stuk!!

Hij is al lang geleden overleden, maar ik ben hem nog steeds dankbaar.
Gesterkt door Frater Carolus, durfde ik het te gaan biechten bij de pastoor.
Dat was dus de grootste fout die ik toen kon maken: Ik was een zondaar, die heiligschennis pleegde, en naar de hel zou gaan. De mantel werd me effetjes uitgeveegd daar in die rotbiechtstoel.

Speciaal voor mij, werd er een ZONDAARSBANKJE achter in de kerk ingericht, en ik moest dagelijks alle missen volgen, en ’s avonds in de pastorie de rozenkrans bidden. Daarbij op Zondag ook het Lof bijwonen. Zes weken lang!

En weet je wel, hoe het is in zo’n achterlijk bankje te zitten, als de kerk uit gaat????
Als alle beminde gelovigen langs dat bankje gaan, om te zien wat dat toch voor een gemene vent dat is daar???
Dan komen die schoolgenoten ook nog effe genieten van het schouwspel, met als resultaat pesterijen op school.
En géén communie meer, dat is niet voor zondaars.

Als extra, moest de tuin van de pastorie een heel jaar bijgehouden worden. Alwaar je niet gerust kon werken, omdat die lieve jongens van school, de hele middag stonden te schelden, en je bekogelden met van alles.

We hadden daar ook nog een zekere frater Desire, die er klaarblijkelijk genoegen in schiep, slaag uit te delen.
OK, ze timmerden er allemaal wel op, maar Desire was de ergste. Hij zette juist DIE mannekes bij elkaar waarvan ie wist dat er ge-OH van kwam. Hij pikte er eentje uit, en gaf die een flink pak slaag voor de  klas, waarbij de hele klas gierde van het lachen. Er waren er steeds twee de klos, en je zat te beven in je bank, of jij, dan wel je buurman het volgende slachtoffer zou zijn. 
Een zucht al je het niet zelf was, maar dan kwam je morgen wel aan de beurt.

Wanneer ik de school verliet, ben ik NOOIT meer naar een kerk geweest, zelfs niet naar begrafenissen.
Dit verhaal is maar beknopt, om het overzichtelijk te houden.
Maar zo ging het wel, in de jaren 50.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *