Nieuw onderzoek naar vermeend seksueel misbruik door Cliff Richard

cliffDe beslissing om zanger Cliff Richard niet te vervolgen wegens seksueel misbruik wordt herzien. De Britse zanger was het onderwerp van een langlopend politieonderzoek wegens beschuldigingen van seksueel misbruik tussen 1958 en 1983. Vier destijds minderjarige mannen hadden Richard daarvan beschuldigd.

Het Britse parket liet midden juni weten dat er onvoldoende bewijs was voor de beschuldigingen, maar nu wordt het onderzoek dus heropend.

Agenten gefilmd
Agenten die de zaak onderzochten werden in 2014 gefilmd terwijl ze Richards appartement in Berkshire doorzochten. Dat zorgde ervoor dat Richard openlijk werd aangeduid als onderwerp van het onderzoek.

De 75-jarige sir Cliff Richard werd nooit gearresteerd of in staat van beschuldiging gesteld. Begin augustus diende een vermeend slachtoffer een verzoek in om het besluit van het parket om Cliff Richard niet te vervolgen te laten herzien. Dat kan een vermeend slachtoffer binnen drie maanden na het besluit doen.

“Onschuldig”
Toen in juni de zaak gesloten werd, verklaarde Cliff Richard opgelucht te zijn. “Ik heb mijn onschuld altijd staande gehouden, heb samengewerkt met het onderzoek en begrijp niet waarom het zo lang heeft geduurd om tot dit besluit te komen. Uiteraard ben ik blij dat de verachtelijke beschuldigingen en het daaropvolgende onderzoek eindelijk achter de rug zijn”.

De zanger, acteur en tv-ster heeft een carrière van 57 jaar. Hij is de grootste Britse solo hitmaker, hij scoorde hits met onder meer ‘The Young Ones’, ‘Living Doll’, ‘Summer Holiday’ en ‘We Don’t Talk Anymore’.

Ex-voorzitter parlement VS beschuldigd van misbruik

Dennis HastertDennis Hastert, de voormalige Republikeinse voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, wordt beschuldigd van seksueel misbruik van vier jongens.
Het misbruik heeft volgens justitie plaatsgevonden tussen 1965 en 1981, toen Hastert als docent en coach van het worstelteam werkte aan de Yorkville High School, in een voorstad van Chicago.

Over het misbruik zijn geen details bekend. De Republikeinse voorman heeft volgens The Washington Post inmiddels voor omgerekend 3 miljoen euro geschikt met een van de jongens, die destijds veertien jaar oud was.

De inmiddels 74-jarige politicus heeft volgens het Openbaar Ministerie zijn gehele politieke carrière lang zijn misstappen verborgen weten te houden. Hastert was voorzitter van het Huis van Afgevaardigden van 1999 tot 2007.

Vorig jaar oktober bekende hij ook betrokken te zijn geweest bij frauduleuze praktijken met betalingen.

(van nu.nl)

jon-van-eerd-verloor-achttien-kilo-musical

Jon van Eerd in Adieu God?: "Het verhaal heeft mij geen ellende bezorgd, die mensen wel"

Afgelopen zondag 24 mei werd in Adieu God het verhaal van Jon van Eerd uitgezonden. Bleijerheide speelt daarin een grote rol.

In Adieu God? ontmoet Tijs van den Brink bekende Nederlanders die, ondanks hun christelijke opvoeding, de kerk vaarwel hebben gezegd. Musicalster Jon van Eerd spreekt openlijk over zijn herinneringen aan het seksueel misbruik waar hij slachtoffer van was. “Ik heb met niemand gesproken.” Alleen in de eenzaamheid en stilte van de kapel durfde hij hardop te zeggen wat er gebeurde. “Ik weet niet of ik tegen God praatte.”

Johannes Martinus Petrus Henricus Elisabeth Coleta (Jon) van Eerd groeide op in een katholiek Limburgs gezin. Als puber verbleef hij een aantal jaar in het Limburgse katholieke jongensinternaat Bleijerheide. Deze plek kwam een paar jaar geleden in het nieuws vanwege het grootschalige seksuele misbruik en geweld dat daar plaatsgevonden heeft in de jaren ’50, ’60 en ’70. In Adieu God? vertelt de goedlachse musicalacteur over deze pijnlijke periode in zijn jeugd. Hij hield aan zijn tijd in het jongensinternaat zo’n trauma over dat iedereen met een priesterboordje hem met weerzin vervult.

“Ik werd emotioneel gechanteerd”
Jon wist dat hij geen fijne tijd gehad had in Bleijerheide. Toch kwam hij pas recent tot de conclusie dat hij herinneringen aan het seksueel misbruik waar hij slachtoffer van was, verdrongen had. “Ik heb nooit geweten waarom ik al mijn hele leven een bloedhekel aan Neil Diamond had. Ineens herinnerde ik me dat die pater altijd Neil Diamond draaide als ik bij hem op de kamer kwam.” Meerdere broeders hebben hem in zijn tijd in Bleijerheide herhaaldelijk misbruikt. “Ik heb er met niemand gesproken. Ik werd emotioneel gechanteerd door die mannen.”

Bang voor de dood
Naast de heftige periode in zijn jeugd, vertelt Jon ook open over het sterfproces van zijn beide ouders, die hij wel wat geloof gegund had. “Mijn moeder is bang, boos, letterlijk gillend en trappend gestorven. ‘De duivel komt me halen’, riep ze uit. Ik ben zelf ook bang voor de dood, maar ik zal alles doen om te voorkomen dat ik zo zal sterven.”

Pilatus
Ondanks zijn afkeer van de katholieke kerk zei hij gelijk ja toen hij gevraagd werd voor de rol van Pilatus in ‘The Passion’. “Dat verhaal heeft mij geen ellende bezorgd, dat hebben die mensen gedaan. Nu kan ik dat scheiden, maar dat kon ik heel lang niet.”

Adieu God?
Open, maar ook heel persoonlijke gesprekken over God, de kerk en geloven, gewoon ‘aan de keukentafel’ bij BN’ers thuis, of in de kerk van hun jeugd; dat is de insteek van Adieu God?. Ondanks hun religieuze opvoeding kwam er een moment dat de gasten van Adieu God? hun banden met de kerk verbraken. Is het verhaal achter hun beslissing een confronterende spiegel voor christenen, of ligt de oorzaak van hun kerkverlating elders?

http://www.eo.nl/geloven/programma/adieu-god/detail/aflevering/adieu-god-20150524t232230/

potter1.jpg

Dennis Potter

Dennis Potter
Een buitenbeentje, maar geen verschoppeling veel aandacht voor seksuele kant van Dennis Potter’s leven in nieuwe biografie.

potter1.jpgDennis-Christopher George Potter werd in 1935 geboren in een mijnwerkers dorpje in het Royal Forest of Dean, een heuvelachtige en bosrijke streek in Gloucestershire, vlakbij de grens. met Wales. Het was een tamelijk geïsoleerd gebied, met een eigen, nogal archaïsch taalgebruik vol ‘thee’s’ en ‘thou’s’, en een eigen volkscultuur. Dennis groeide op als een slimme, wat bangige jongen, een buitenbeentje, maar geen verschoppeling. In 1945 woonden hij met zijn moeder enige tijd in Londen, bij familie. Daar maakte hij kennis met de openbare bibliotheek en de bioscoop. daar hij werd er ook door zijn oom seksueel misbruikt. De gegevens die Carpenter boven tafel heeft weten te krijgen over Potter’s ervaringen met die oom, hebben eenonthullend karakter.
Dat de jonge Dennis pijnlijke aanvaringen met volwassen heeft gehad, kon men al eerder uit zljn werk opmaken. Bovendien heeft hij er de laatste jaren van zijn leven bij herhaling op gezinspeeld. Maar over de aard van die ervaringen en de identiteit van betrokkenen heeft hij zich nooit willen uitlaten, ook niet wanneer hem daarom werd gevraagd, zoals door Graham Fuller, schrijver/samensteller van Potter on Potter.
Carpenter hoorde van Potters dochter Sarah dat oom Ernie een paar maal in beschonken. toestand fellatio bij Dennis had gepleegd. Potter zelf heeft in nogal tegenstrijdige bewoordingen over deze gebeurtenissen gesproken. Eénmaal, tijdens een lezing, noemde hij zich ‘abused out of innocence’, maar bij een andere gelegenheid sprak hij van ‘the smallest interference’ die bovendien maar een paar keer had plaatsgevonden.

De ervaringen moeten hoe dan ook zeer veel indruk op hem hebben gemaakt want seksueel misbruik van kinderen keert als motief telkens weer in zijn werk terug. Het komt voor in de televisie stukken Moonlight on the Highway .’ (1969) en Where Adam stood(1976); . de roman Hide and Seek (1973) en Blackeyes (1987), het jaar daarna omgewerkt tot televisieserie en in zijn laatste televisie vierluik Cold Lazarus (1996). Het is wellicht veelzeggend dat Potter het onderwerp pas durfde aan te snijden toen hij een behoorlijke staat van dienst had en de middelbare leeftijd naderde. De ervaringen met oom Ernie deden Dennis hevig terugverlangen naar het Forest of Dean. Waarschijnlijk stamt het beeld van zijn geboortestreek als de Hof van Eden van vóór de zondeval uit deze periode.

Nederlandse televisiekijkers kennen dit paradijs vooral uit The Singing Detective en Cold Lazarus: een vredig bos waarin de jonge hoofdpersoon fantaseert over de toekomst. Maar het is ook de plek waar hij zijn illusies verliest, want ‘zondeval’ ,’verlies van onschuld en ‘coruptie’ zijn thema’s die in niet één Potter-stuk ontbreken. Na zijn middelbareschooltijd ging Potter naar Oxford, waar hij zich niet alleen begaafd debater betoonde, maar ook graag koketteerde ‘met zijn mijnwerkers achtergrond. De twee Nigel Barton-stukken (het tweede heette Vote, Vote Vote for Nigel Barton, en was gebaseerd op Potter’s kortstondige. mislukte politieke carrière) betekenden zijn doorbraak als televisieschrijver. Verraad. corruptie van onschuld en (al dan niet seksueel) geweld bleven door de jaren heen zijn voornaamste onderwerpen met religie als een belangrijk motief. Dat laatste culmineerde in de omstreden bewerking van het leven van Christus Son of Man (1969).

Begin jaren zestig openbaarde zich een ziekte waaraan Potter zijn hele leven is blijven lijden en die vooral in The Singing Detective is verbeeld: psoriatische arthropathie. Meest in het oog springende symptomen hiervan zijn een bij vlagen extreem schilferende huid, maar minstens zo erg zijn de reumatische vergroeiingen die ermee gepaard kunnen gaan. In Potter’s geval betekende het onder andere vergaande misvormingen van zijn handen. Het maakte het schrijven dikwijls tot een pijnlijke aangelegenheid. Niettemin schreef Potter tot zijn dood aIlles met de hand, meestal in een verbijsterend net handschrift.

Een aantal malen heeft hij een relatie gelegd tussen zijn ziekte en het seksuele misbruik in zijn jeugd. Ook zou hij tegen sommige van de vrouwen die hij begeerde of zou hebben begeerd – veelal de beeldschone actrices die in zijn stukken optraden – hebben gezegd dat lichamelijk contact met hen een genezende werking voor hem kon hebben. Carpenter’s biografie” is rijk aan suggesties op dit punt, Potter zou ook frequent , prostituees hebben bezocht en talloze relaties hebben gehad of gewenst. Tegelijkertijd denkt zijn dochter Sarah dat hij de laatste tien jaar van zijn leven of langer impotent was als gevolg van intensief medicijngebruik.

Het lijkt alleszins aannemelijk dat de seksualiteit een belangrijke plaats innam in Potter’s denkwereld en zijn scheppingsdrang stimuleerde. En wie weet hoe sterk hij was in het manipuleren van anderen -met de dubbele uitzending van zijn laatste televisieseries, Karaoke en Cold Lazarus, door zowel de BBC als Channel Four aIs listig berekend slotakkoord -kan zich voorstellen dat de verhalen over lastiggevalIen actrices niet allemaal uit de lucht zijn gegrepen. Maar-wanneer we de gegevens uit Carpenter’s biografie op een rijtje zetten, ontstaat een complexer en welbeschouwd ook interessanter verhaal dan dat van louter libidineuze driften. Waarschijnlijk ging het om een ingewikkelde combinatie van niet-geaccepteerde , onmacht, machtswellust, verlangen naar verlossing, haantjesgedrag en zelfs vaderlijke beschermingsintuïtie (zie onder andere Karaoke). Dennis Potter was meer dan de ‘Dirty Den’ uit de Britse kwaliteitspers.

Blijft de vraag wat er zal resteren van het werk van de kunstenaar Potter. Over het meesterlijke niveau van de twee zesdelige series Pennies From Heaven (1978) en The Singing Detective, (1986) bestaat weinig discussie. En er zijn nog een paar diamantjes BIue Remembered Hills bijvoorbeeld en misschien ook Traitor en Follow The Yellow Brick Road. Aan andere stukken heeft de tand des tijds inmiddels flink geknaagd (Nigel Barton; A Beast With Two Backs; Son of Man), en weer andere waren van begin af aan al weinig geslaagd (Blackeyes), of zijn vooral in de context van het hele oeuvre van belang (Karaoke; Cold Lazarus).

Maar toch: een kunstenaarschap dat mintens één meesterwerk heeft opgeleverd, verdient het grootste respect. ‘Am I right, or am I right?’

door Hans Bouman, de Volkskrant 12 februari 1999
Humphrey Carpeter; Dennis Potter -A Biography. Faber & Faber, import Penguin Books Nederland; 672 pagina’s ISBN 0 571 17685 2.

reve

Gerard Reve

Het jeugdgeheim van een schrijver
Hoe Gerard Reve van zijn onschuld werd beroofd

In de onlangs verschenen biografie van Karel van het Reve heeft Ger Verrips enige aandacht besteed aan een zedenmisdrijf waar onder anderen de twaalfjarige Gerard van het Reve het slachtoffer van is geweest. Historicus Bauke Marinus, die het procesverbaal van de Amsterdamse zedenpolitie terugvond, beschrijft het tragische verhaal van een communistische jeugdleider, wiens optreden een zwaar stempel op het leven en oeuvre van Gerard Reve heeft gezet.Een episode uit het leven van Gerard Reve (1933-1938)

De Vrolijke Brigade
In 1936 woont de communistische journalist Gerard van het Reve sr., beter bekend onder zijn pseudoniem Gerard Vanter, met zijn gezin in de Ploegstraat te Amsterdam. Op 23 januari van dat jaar krijgt de familie Van het Reve bezoek van rechercheur G.J. Beekman van de Amsterdamse zedenpolitie. Hij wil de twaalfjarige Gerard horen omdat hij vermoedelijk het slachtoffer is geworden van een misdrijf dat wordt omschreven in artikel 244 en 247 van het Wetboek van Strafrecht (vleeschelijke gemeenschap met meisjes beneden 12 jaar en ontuchtige handelingen met kinderen (meisjes en jongens) beneden 16 jaar»).

reve1.jpg

De vrolijke brigade, die wil je amuseren
je zult hier lachen en ook lachend leren

(Op de foto: de laatste handoplegger (derde van links) is mogelijk Lou Tieman)

Volgens het procesverbaal verklaart Gerard allereerst: “Mijn vader-is-genaamd Vanter; de een noemt mij Van het Reve, terwijl de ander mij weer Vanter noemt. Hoe deze kwestie eigenlijk in elkander zit weet ik niet.” Vervolgens vraagt Beekman hem naar zijn ervaringen tijdens een kinderkamp, waaraan hij de vorige zomer heeft deelgenomen. Vooral de «vuile praatjes en handtastelijkheden» van een van de jeugdleiders interesseren hem. Gerard heeft hierover inderdaad een en ander te vertellen. Hij verklaart dat ene Lau Tieman ((zijn hand door de gulpsluiting van mijn pyjamabroek heenstak en zo voelde aan mijn blote lul. Hierdoor ging mijn lul stijfstaan waarna hij er aan ging liggen trekken. Na verloop van een poosje hield hij er mede op. Er was geen vocht uit mijn lul gekomen. Tijdens Lou dit bij mij deed sprak hij er niet bij, voorzover ik mij tenminste herinner. Nadat hij nog een nacht zo doorgebracht had met Lou gaf deze zijn toenaderingspogingen op. Gerard weigerde op zijn avances in te gaan. Hij vertelt de rechercheur dat Lou dat flauw gevonden had, maar dat hij hem verder met rust gelaten had. «Hij kon het trouwens niet meer gemakkelijk doen, want ik sliep nu in een slaapzak, omdat ik een vorige nacht er koud gehad had. Hij besluit zijn verklaring aan rechercheur Beekman met de opmerking: «Wegens schaamte, heb ik het voorgevallene met Lau, niet aan mijn ouders of mevrouw Last durven zeggen. Bij Lou ben ik nimmer thuis geweest.»

DOOR BAUKE MARINUS in de Groene Amsterdammer van 1 oktober 2004

buch.gif

Boudewijn Buch

AMSTERDAM, 25 NOV.

buch.gifMelancholie en weetgierigheid, dat waren de grootste drijfveren van de schrijver-entertainer-verzamelaar Boudewijn B¸ch, die zaterdag op 53-jarige leeftijd aan een hartstilstand overleed. In een interview met Frits Abrahams in deze krant (17-04-93) maakte hij duidelijk dat zowel zijn boeken als zijn televisieprogramma’s voortkwamen uit een hang naar het rozevingerige verleden – aan de ene kant naar de spannende tijden van zijn grote idolen Goethe en Spinoza, aan de andere naar zijn eigen jeugdjaren, toen hij nog gelukkig was met zijn overigens handtastelijke vader. ,,Sedert mijn vader is weggegaan, voel ik me altijd en overal door iedereen in de steek gelaten”, zei hij in NRC Handelsblad.De germanist B¸ch was een romanticus, een van dood en vergankelijkheid bezeten persoonlijkheid die zijn Sturm und Drang wilde delen met zijn publiek. In de jaren zeventig deed hij dat als dichter, in dichtbundels als Nogal droevige liedjes voor de kleine Gijs (1976). Vanaf 1981, toen hij als prozaschrijver debuteerde met de 19de-eeuwse pseudo-biografie De Blauwe Salon, ontwikkelde hij zich als romancier. En nog voor hij in 1985 bij een groot publiek doorbrak met de vader-en-zoonroman De kleine blonde dood, begon hij met het presenteren van tv-programma’s.

timmermans.jpg

Frans Timmermans

images-6
Frans Timmermans

Kamerlid Frans Timmermans over zijn ervaring met een pedopriester

door Joep Dohmen Zaterdag, 17 augustus 2002
Copyright: NRC Handelsblad

Als jongen van dertien werd Tweede-Kamerlid Frans Timmermans seksueel misbruikt door een Amerikaanse priester. Hij vindt dat de katholieke kerk te weinig en te zacht optreedt tegen de pedopriesters. ‘Een alcoholist zet je toch ook niet achter de bar?’
timmermans.jpg Charlie heette de jonge Amerikaanse priester. Hij werkte in 1974 bij het North American College in Vaticaanstad toen hij een dertienjarige jongen misbruikte. Die jongen was Frans Timmermans nu Tweede-Kamerlid voor de Partij van de Arbeid en bekend van zijn strijd tegen de lobby voor de Joint Strike Fighter. Onlangs heeft Timmermans zijn vrouw voor het eerst verteld over het misbruik, en is hij een zoektocht begonnen naar Charlie Rouse.
Timmermans: ,,Alles kwam boven door de publiciteit rondom het misbruik door priesters binnen de rooms-katholieke kerk. Ik heb die verhalen gevolgd. Ik kreeg het er benauwd van. Het is natuurlijk lang geleden, maar voor mij is het alsof het gisteren was.”
De rooms-katholieke kerk is wereldwijd in crisis door het systematisch verzwijgen van seksueel misbruik door priesters. Nadat al in 2000 in Engeland opschudding ontstond over pedopriesters, is de kerk ernstig in verlegenheid gebracht door een reeks onthullingen in de Verenigde Staten. Honderden gevallen van seksueel misbruik waren geheimgehouden, priesters die kinderen hadden misbruikt bleken te zijn overgeplaatst naar nieuwe parochies waar ze dat opnieuw konden doen. Duizenden slachtoffers meldden zich.
Sinds mei dit jaar ligt ook de rooms-katholieke kerk in Nederland onder vuur. Ook hier blijkt seksueel misbruik stelselmatig binnenskamers te zijn afgehandeld, ook hier zijn pedopriesters overgeplaatst en ook hier weigeren bisschoppen namen van hun bekende priesters aan justitie te overhandigen.
Het verhaal van Frans Timmermans begint met de verhuizing van het gezin Timmermans van België naar Italië in 1972. Timmermans was toen elf jaar oud. Zijn vader kreeg een aanstelling op de Nederlandse ambassade in Rome. In België was Frans Timmermans lid geweest van de Franstalige scouting. Vader Timmermans leek dat wel een leuke manier voor zijn zoon om de Franse taal bij te houden.
In Rome moest Frans Timmermans naar Saint George’s English School. Nu diende het Engels opgekrikt te worden, oordeelde vader. Logisch vervolg was de keuze voor de Amerikaanse boyscouts, geleid door Amerikaanse priesters van het in Vaticaanstad gevestigde Pontifical North American College.
Charlie Rouse was een jonge priester en leider van de scouts. Hij vroeg Timmermans in de herfst van 1974 of hij meewilde naar de regio Abruzzo, om een geschikte plek te vinden voor het zomerkamp. Het zou twee dagen duren, met een overnachting in een hotel. Timmermans: ,,Ik sprak Italiaans en zou meegaan om te vertalen. Italiaanse jongens op school wilden volgens Charlie niet mee of hadden geen tijd. Achteraf begreep ik waarom. Maar mijn ouders vonden het goed.”
Verwarring
Terugdenkend ontdekte Timmermans meer aanwijzingen voor de geaardheid van Charlie. In 1973, een jaar eerder, op de terugweg van een kamp in Duitsland had een van de scouts door de trein geroepen: Charlie is a faggot (Charlie is een flikker). Maar dat was een lastig ventje. Niemand die er iets achter zocht. Achteraf bezien was de reis naar Abruzzo een set up van Charlie, weet Timmermans. Want waarom moesten ze zo nodig overnachten? Het was nauwelijks honderd kilometer rijden.
Timmermans: ,,Charlie kwam me op vrijdag afhalen van school. ’s Avonds overnachtten we in het hotel, op één kamer. We hadden die avond lange gesprekken. Ik herinner me het nog goed. Toen vroeg Charlie opeens of ik zijn schouders wilde masseren. Hij was moe van het autorijden, zei hij. Ik deed dat, waarna hij zei dat ik het niet goed deed. Hij zou me wel eens laten zien wat een massage was. Ik moest me uitkleden en op bed gaan liggen. Het duurde niet lang of Charlie zat met zijn handen in mijn kruis. Een vreemd gevoel maakte zich van mij meester. Ik wilde niet dat het gebeurde, en tegelijk vocht ik tegen de gevoelens die de massage opriepen.”
Timmermans deed of hij sliep, maar de priester hield niet op. Uiteindelijk duwde Timmermans Charlie van zich af. Tot verder seksueel contact kwam het niet. Timmermans sliep die nacht niet, lag wakker, in verwarring. Hij begreep het niet. De volgende ochtend deed Charlie alsof er niets aan de hand was.

Op dat moment was het niet traumatiserend, zegt Timmermans. ,,Pas de maanden daarna kreeg ik het steeds moeilijker. Ik werd gesloten, praatte er met niemand over. Er was ook schaamte. Ik dacht dat ik misschien aanleiding gegeven had. Dat is onzin natuurlijk, ik wist als dertienjarige niet wat er gebeurde. Dat besef kwam pas later. Het is nu bijna dertig jaar geleden, maar in al die jaren kwam het benauwde gevoel vaak terug.”
Het is maar een klein voorval in vergelijking met de trauma’s die anderen in hun jeugd hebben opgelopen, realiseert Timmermans zich. ,,Maar als dit voorval al bij mij zoveel impact heeft, wat moet het dan niet zijn voor mensen die jarenlang ernstig seksueel misbruikt zijn?”

Het kost hem moeite om het verhaal te vertellen, zegt hij tijdens het interview. ,,Ik heb zojuist ogenschijnlijk droogjes zitten vertellen over die hotelkamer, maar dat is schijn. Ik kan die kamer uittekenen. Hoe de bedden stonden, het raam met de kleine ruitjes, het bruine kastje tegen de witte muur, de openstaande deur naar de badkamer. De beelden willen maar niet vervagen. Als een film die herhaald wordt, al jaren.”
Charlie was midden twintig en aardig, en Frans Timmermans was katholiek opgevoed. Iedere week biechten, meneer pastoor voor de klas en een broer van zijn vader was als priester de held van de familie. Timmermans: ,,Ik keek als kind op tegen een priester. Achteraf kan ik begrijpen dat als zo iemand het vertrouwen van een kind beschaamt, dat verschrikkelijk moet zijn. Kijk, jongetjes van dertien zullen zelf ook met seks experimenteren, maar dan vanuit een gelijke positie. Nu gaven mijn ouders mij mee aan een priester in de verwachting dat het vertrouwen niet beschaamd zou worden.”
Wat drijft de nog altijd rooms-katholieke Timmermans om zijn verhaal publiek te maken? Ongebruikelijk voor Kamerleden, voor wie de persoonlijke levenssfeer heilig is. Hij weet dat hij zich kwetsbaar maakt, zegt hij, maar hij voelt zich uitgedaagd door de lopende discussie over seksueel misbruik binnen de rooms-katholieke kerk. Hij voelt ,,een verantwoordelijkheid als publiek figuur” in de discussie. Timmermans: ,,Ik zag op televisie een man openlijk getuigen over het misbruik door een priester. Ik dacht, ik wil met mijn verhaal ook bijdragen aan het bespreekbaar maken van het onderwerp dat zolang is weggestopt en ontkend.”
De in Limburg wonende Timmermans zegt extra gemotiveerd te zijn door ,,de ergerlijke uitspraken” van de Roermondse bisschop Frans Wiertz. Die zei in het RKK-televisieprogramma Kruispunt geen aangifte te doen van seksueel misbruik. Dat is, volgens Wiertz, immers het exclusieve recht van het slachtoffer en eventueel van zijn familie. Slachtoffers blijken echter vaak de stap niet te kunnen of willen zetten om aangifte te doen. En justitie zegt niets te kunnen zonder een aangifte.
Timmermans: ,,Die uitlating van de bisschop duidt erop dat je er niet op kunt vertrouwen dat de kerk het zelf goed regelt. Zolang de kerk niet glashard zegt `iedereen die niet van kinderen afblijft gaat eruit’, klopt het niet. Een voorbeeld: een wegens misbruik van een minderjarige jongen veroordeelde Limburgse pastoor is door Wiertz weer benoemd tot assistent in een parochie. Daar komt de man opnieuw met kinderen in aanraking. Zo iemand kan toch ook elders aan de slag, waar hij geen contact heeft met kinderen? Banen genoeg zou ik zeggen, in kloosters, archieven en bibliotheken. Een alcoholist zet je toch ook niet achter de bar? Zelfs niet een alcoholist die geheelonthouder is geworden.”
Volgens Timmermans is het helder dat een bisschop, of wie dan ook, die kennis draagt van het seksueel misbruik van kinderen, die strafbare feiten behoort aan te geven bij justitie. Wettelijk is er in Nederland overigens geen meldplicht voor álle vormen van seksueel misbruik. Slechts bij verkrachting geldt een plicht.
Timmermans: ,,Die plicht zou er moeten komen voor álle vormen van kindermisbruik. Het verbaast me dat het niet geregeld is. Kinderen zouden juist extra beschermd moeten worden. Voor misbruik op scholen geldt al wel een wettelijke aangifteplicht. Maar waarom zou voor scholen wel een plicht gelden en voor scouting- en sportclubs, gezinnen en kerkgenootschappen niet? Ik constateer dat op die plaatsen zwijgen nu niet strafbaar is.”
Schoon schip
Het beleid van de kerk om de publiciteit te mijden, parochianen niet te informeren en seksueel misbruik niet aan te geven, breekt de kerk op termijn op, denkt Timmermans. ,,Alleen al voor de talloze mensen binnen de kerk die wel fatsoenlijk zijn moet er iets veranderen. Let wel, ik heb geen aversie tegen de rooms-katholieke kerk. Ik heb veel goede herinneringen. Mijn jeugd zou er een stuk ellendiger hebben uitgezien als ik geen priesters had ontmoet. Haatgevoelens zijn mij vreemd. Maar als je de rotte appels er niet tussenuit haalt, lijkt de hele mand rot. Zolang de kerkleiding geen schoon schip durft te maken, wordt de schade aan het instituut alleen maar groter.”
Timmermans ziet als oorzaak voor de lankmoedige houding van de kerk de geslotenheid van de organisatie. Net als bij de strijdkrachten waarmee hij in zijn baan als defensiespecialist van zijn fractie te maken heeft. Beide organisaties hebben eigen tuchtregels, eigen waarden en normen. Daar geldt dat je niet uit de school klapt. Timmermans: ,,De rooms-katholieke kerk houdt zich op die manier als instituut al tweeduizend jaar staande. Dat kunnen weinig andere organisaties zeggen.”
Het probleem zit ‘m volgens Timmermans ook in het celibaat, waardoor priesters niet op een natuurlijke manier uitdrukking kunnen geven aan hun seksualiteit. Timmermans: ,,Het celibaat is een onmenselijk systeem, waarvan gebleken is dat priesters zich er in de loop der eeuwen slecht aan gehouden hebben. Het heeft alles te maken met de machtspolitiek van de rooms-katholieke kerk. Door het celibaat hebben priesters geen erfgenamen, en vloeit hun vermogen naar de kerk. Het celibaat is daarmee de hoeksteen van de kerk. Het zorgt immers voor continuïteit van het bezit.”
Timmermans is begonnen met een zoektocht naar Charlie Rouse. Enkele maanden na het misbruik reisde de priester terug naar de Verenigde Staten. Dat is alles wat Timmermans weet. In een brief aan de aartsbisschop van Boston heeft hij drie weken geleden om meer informatie gevraagd over de priester. Timmermans: ,,Het is me in geen geval te doen om een schadevergoeding. Maar ik vind het mijn plicht om de man op te sporen. Te zien wat er van hem geworden is. Het kan ook best zijn dat hij zich daarna nooit meer misdragen heeft. Maar ik wil me zelf later niet verwijten dat ik niet geprobeerd heb hem te vinden.”
Op het antwoord van de aartsbisschop van Boston hoeft Timmermans niet te wachten. Terug uit Rome kreeg Charlie, of Charles zoals hij inmiddels heette, eind jaren zeventig een benoeming als kapelaan van de St. Elizabeth of Hungary Church in Oost-Baltimore, zo leert onderzoek van deze krant in de Verenigde Staten. Tussen 1981 en 1992 volgden benoemingen als pastoor bij St. Mark’s in Catsonville, St. Isaac Jogues in Carney en St. Anthony of Padua in Gardenville, allemaal in het aartsbisdom Baltimore. In 1992 kreeg Rouse een baan als pastoor van de St. Rose of Lima parochie in Brooklyn, een voorstad van Baltimore.
Tot zover een normale carrière. Maar op 25 mei 1995 was `Father Rouse’ nieuws in The Baltimore Sun. Aartsbisschop
William H. Keeler van Baltimore zette de toen 45-jarige Charles O. Rouse uit zijn ambt. Het aartsbisdom had ,,very, very credible evidence” dat hij verschillende jongens seksueel misbruikt had. Rouse was in 1995 de twaalfde priester in het aartsbisdom Baltimore die publiekelijk in verband gebracht was met seksueel misbruik. Dat was zes jaar voordat de Verenigde Staten overspoeld zouden worden met misbruikschandalen.

Het krantenartikel uit 1995 vertelt hoe Rouse tijdens de behandeling voor een alcoholverslaving bekende dat hij in het verleden jongens had misbruikt. Rouse was in Rome gewijd, aldus het artikel, en was daar enkele jaren verbonden geweest aan het North American College. Daarmee valt alles op zijn plaats. Timmermans was niet de enige jongen geweest.
Steve Kearney, hoofd communicatie van het aartsbisdom Baltimore, bevestigt het verhaal. Kearney: ,,Het moet dezelfde Charles Rouse zijn. Tegenover ons heeft hij toegegeven drie jongens te hebben misbruikt. Hij is in 1995 ontslagen, toen het aartsbisdom erachter kwam. Nee, hij heeft geen binding meer met de kerk.” Charlie is nu raadsman in de omgeving van Baltimore, en niet bereikbaar.
Timmermans hoort het relaas met een mengeling van ongeloof en opluchting aan. ,,Dus toch”, zegt hij.
Charlie is nooit veroordeeld nadat hij uit het priesterambt is gezet. Hoofd communicatie Kearney zegt dat het aartsbisdom in de regel gevallen van misbruik aan justitie in Baltimore heeft gemeld. Kearney: ,,Maar Rouse is niet vervolgd door justitie.” Geen van de slachtoffers deed aangifte tegen Charlie. Geen aangifte, geen zaak.
Copyright: NRC Handelsblad
door Joep Dohmen Zaterdag, 17 augustus 2002

images-5

Kader Abdollah

kabdoleen minuut schreeuwen

Nee, ik kan het niet, zelfs beschermd door de Nederlandse taal kan ik niet gemakkelijk over knapenschenders schrijven. Ofschoon ik in een grote stad geboren ben, heb ik het in mijn teksten altijd over een dorp. Ik haat en haat en haat mijn geboortestad. Daarom verplaats ik tersluiks mijn vaderlijk huis naar een dorp. Een fantasie­dorp in de bergen dat niet bestaat. Ik heb Zabih de Verstopper de grote kinderlokker van mijn stad laten vermoorden in mijn tweede boek. Ook zal ik over Hassan Ferfer heen laten rijden. Niet eenmaal, maar twee, zelfs drie keer achter elkaar, net als in een Italiaanse mafiafilm. Ik ben er zeker van dat ik eens alle pederasten van mijn kindertijd zal laten ophangen in de achtertuin van de Nederlandse taal.

Hoewel ze gestorven zijn, zal ik ze toch uit het graf weghalen, bij hun kraag pakken en naar Neder­land slepen. Vervolgens doe ik iets buitengewoons. Ik tover. Ik tover met de Nederlandse taal en zal de yerloren jeugd van de jongens van de vervloekte stad terugkrijgen. En hoewel ze nu volwassen zijn zal ik ze toch maar zorgeloos laten spelen in de zandbakken van mijn toekomstige verhalen.

Pedofielen stonden in hoog aanzien. Men maakte verhalen waarin hij de held was en de jongen anti­held. De slachtoffers waren niets waard. Ze moesten zich voor eeuwig schamen. De stad was in handen van kinderlokkers en politie-agenten. Als je naar de bioscoop ging, kroop er een dikke vinger onder je. Als je naar het badhuis ging, hield opeens een man je van achteren vast onder de douche. Als je bij je tante ging logeren, kroop iemand in het donker onder je deken. Als je een vakantiebaantje had, greep de chef je bij de riem van je broek. Als je ging sporten moest je altijd uitkijken uit welk hoekje er zo’n kerel opdook. Ik ging nooit meer bij mijn tante logeren. Nooit meer naar de bioscoop, Nooit meer naar het badhuis. Nooit meer naar de bebaarde kruidenier. Nooit meer een vakantiebaantje. En ik zal nooit meer terugkeren naar mijn geboortestad.

Zeven jaar lang ging ik in de pauze tegen de muur staan. De jongens die zelf slachtoffers waren, joegen andere kinderen op. Ze sprongen op je rug en deden het na. Zodra de school uit was, hielden de jonge jongens hun broek vast en renden naar huis. Ze moesten vechten, heuvel na heuvel veroveren, zodat ze hun huis konden bereiken. Nu ik op die jaren terugkijk, vraag ik me af, hoe de vaders hun kinderen naar school durfden te sturen. Wisten ze het niet? Vast wel. Ze wisten het heel goed.

Maar de taak van de vader was om brood op tafel te leggen en de taak van de jongen om de valkuilen van de pedofielen te overleven.

Sommigen redden zich wel. De meesten vielen. De conciërge van onze school had 56 jongens in de wc’s verkracht. Niemand wilde het geloven. Geen vader liet zijn stem horen. Ze wilden de namen van de jongens niet weten. Het was taboe. Woorden die niet mochten aangeraakt woorden. En nu? Wat kan ik doen op een afstand van duizenden kilometers?

Niets. Ik zal zelfs Hassan Ferfer rustig in zijn graf laten liggen. Ook ruim ik de galgen op in mijn boek. Maar laat ik tenminste hier, in dit hoekje van de Volkskrant gaan staan en in plaats van al die jongens een minuut lang hard schreeuwen.

Kader Abdollah
volkskrant

richie11

De dood van Richie Backfire

VICTIM IN PAIN.richie backfireWie hem zag aankomen – een kale, getatoeerde reus met ringen in zijn oren – deed het liefst een stap opzij. Maar Richard Bruinen, drummer in de Maastrichtse hardcore-band Backfire!, was een zachtaardige jongen. ‘Richie Backfire’ vond internationaal erkenning als een van de bestehardcore-drummers. Intussen worstelde hij met een jeugdtrauma, dat hem uiteindelijk tot zelfmoord dreef. ‘Toen hij over de Riagg begon, dacht ik dat het een rauwe grap was.’Het stond op zijn buik geschreven.
VICTIM IN PAIN. Vrij vertaald:slachtoffer met pijn. In grote statige letters zelfs, zorgvuldig gezet door Tattoo Guus. Als hij met ontbloot bovenlijf achter het drum stel zat , kon iedereen de tekst lezen. Zijn bandleden. het publiek. De scene.
Richie? Slachtoffer? Die lange beestachtig-goeie drummer van Backfire?
Niemand van de M-town Rebels, zoals de Maastrichtse hardcore scène zich noemt, kan zich daar iets bij voorstellen. Pijn? Dat Victim in Pain was toch gewoon een nummer van de vermaarde Amerikaanse band Agnostic Front? Een favoriet lied. van een favoriete band, en meer niet.
richie backfire Richie was ‘twee meter hardcore’, wisten ze in de scene. Een leidende figuur in de M-town Rebels. Altijd bezig met deze snoei harde muziek, een heftige variant van punk. Een boom van een gozer. Kale kop met oorbellen. Vol tatoeages. En tatoeages die verwijzen naar favoriete bands, horen bij
hardcore zoals een western shirt bij country.
Zijn vader Jo Bruinen was de eerste die vermoedde dat Richard toch niet zomaar tattoo’s liet zetten. Nadat hij december vorig jaar
terugkwam uit de Verenigde Staten, na een chaotisch verlopen tournee met een Amerikaanse band, stand in grote letters Freedom in zijn hals getatoeëerd. Net daaronder, als het ware drukkend op zijn adamsappel, een kroon.
Jo Bruinen: Ik mag hem de huiskamer binnenkomen. zag die tatoeëringen en dacht: het is goed mis met onze Richard. Freedom is vrijheid. Dat kroontje helemaal bovenin zijn lichaam. Een kroon op zijn levenswerk: een lichaam
vol tatoeages. Vrijheid wordt de kroon op zijn levenswerk. dat betekent dat hij er mee op wilde houden. Zelfmoord.Jongen, heb je daarom al die tatoeages’, vroeg zijn moeder Lucie nog. Hij bleef stil, draaide om het antwoord heen en liep naar boven, naar zijn kamer die hij sinds een paar weken weer in het ouderlijk huis had. ‘Richard, heb je die tatoeages om wat er gebeurd is? Om daarmee je verhaal te vertellen?’, riep zijn moeder hem na. Vader: ‘Opeens begrepen we dat hij gebeurtenissen uit zijn leven op zijn huid had staan. Daar hadden we nooit eerder over nagedacht.
We dachten dat hij het als versiering zag. Maar opeens begrepen we ook Victim In Pain. Hij wilde iets vertellen, zonder iets te zeggen.’
Pas twee maanden waren Jo en Lucie Bruinen toen op de hoogte van ‘het verhaal’ van hun 26-jarige zoon. Nadat zijn moeder op een dag een verfrommelde -mislukte- zelfmoordbrief op zijn kamer vond, had hij het verteld. Op 8-jarige leeftijd was hij verkracht door een man. Het ging om ‘een
grote vent’ die daarna in een auto met ‘een Belgisch nummerbord’ stapte. Het gebeurde vlakbij hun huis in Maastricht, tussen een stel oude containers. Al die tijd, achttien jaar lang, had hij niets durven vertellen, zei hij tegen zijn ouders:
‘Ik schaamde me, ik wou jullie geen verdriet doen.’
Zijn moeder: ‘Hij was ons enig kind. Hij vertelde ons altijd alles. Nooit hebben we iets aan hem gemerkt. Ja, achteraf. . . Hij douchte zich soms drie keer op een dag. “Effe afspoelen”, zei hij dan. Ik dacht alleen maar: die jongen is
schoon op zichzelf. En hij was al tijd onrustig. Hij kon geen moment stilzitten. ’s Nachts hoorde ik hem het bed uitgaan en dan ging hij een wandeling in de buurt maken. Na een paar uur kwam Richard weer terug. Zo was ie hè.’Hij was een jochie dat altijd met zijn vingers op de tafel zat te trommelen, vertellen zijn ouders in hun keurige Maastrichtse rijtjeshuis. Richard wilde drummer worden en zijn grootste wens was een drumstel. De muziek die hij speelde moest vooral hard zijn -hardcore. In Maastricht, begin jaren negentig, was hij niet de enige die zich vol op deze muziek stortte. Ze waren met z’n tienen en noemden zich M-town Rebels, zoals Eindhoven in hardcore-kringen E-town heette. De scene in Zuid-Limburg groeide snel aan tot honderd man. ledereen begon een bandje, een eigen blad en liet het wapen van Maastricht op zijn lichaam tatoeeren.
Ook ontstond er een eigen hardcore geluid, zegt Serge van Uden,hoofdredacteur van Core, het Nederlandstalige hardcore- en punk-rock-magazine. ‘Hard, recht-voor-zijn-raap, en toch met een specifieke Maastrichtse sound. Dat kwam omdat iedereen met elkaar speelde. Richie was drummer van Right Direction. Die band had een voortrekkersrol en bepaalde het geluid. Richie was altijd op alle concerten van alle bandjes. Hij
hield alles bij.’

Dave Reumers, vriend van Richard en zanger van Right Direction:
‘Richard was erg trots op onze scene. Zijn hele leven draaide om de band en de muziek. Hij is in die tijd heel erg gegroeid. Van een verlegen jochie tot een kerel van twee meter die alles regelde.Als hij zelf niet moest optreden, dan ging hij overal kijken, of boekte hij optredens. Hardcore was zijn uitlaatklep.”Hij geloofde heel erg in het positieve van hardcore’, vertelt Onno Cromag, vriend en redacteur van het muziekblad Aardschok. ‘Als je hem zag, zou je het liefst een blokje omgaan. Maar hij was een zachte jongen, altijd enthousiast, en hij deed geen vlieg kwaad.’ Met de muziek ging het steeds beter. Right Direction werd bekend in heel Europa. Ook Backfire!, waar hij sinds 1994 in drumde, bleek in het genre in druk te maken. Onno Cromag: ‘Toen ik Backfire! voor het eerst hoorde, dacht ik: “Dit kan niet, dit heb ik nog nooit gehoord.” Het was zo professioneel. Met een enorme uitstraling. Een adrenaline-stoot. Zo heavy. Eens in de zoveel tijd hoor je zoiets.’
Backfire! trad op voor tienduizenden mensen in Nederland, zoals op het Dynamo Open Air-festival en het Lowlands-festival. Grote Amerikaanse bands, op tournee door Europa, vroegen Backfire! als voorprogramma. Met het Amerikaanse platenlabel Victory Records word onderhandeld voor een plaatcontract. ‘Backfire! is een van de bekendste hardcore groepen, ook buiten hun eigen land. Veel mensen in Amerika kenden de band’, vertelt een vertegenwoordiger van Victory Records. Richard Bruinen werd gezien als een van de allerbeste hardcore-drummers. In interviews gaf hij zijn fans wijze levenslessen. ‘Wees jezelf, gedraag je niet op een stomme manier. Bedenk waar je wortels liggen en waar je voor staat.’ Of: ‘Je moet niet in een hoekje gaan zitten en alles opkroppen; dan gaat het pas echt mis.’ Alsof hij vooral tegen zichzelf sprak, want buiten de muziek of band kon hij absoluut zijn draai niet vinden. Hij nam hier en daar een baantje, was een poos timmerman of werkte bij de gemeentelijke vuilophaaldienst. Elke poging vaste verkering te krijgen, liep op niets uit. Een tijdje woonde hij met een groep vrienden in een huis.

Ongeveer een jaar geleden kwam hij in een kamertje in de binnenstad van Maastricht terecht. Alleen. Het was alsof hij daar voor het eerst over zijn verleden ging nadenken, zegt zijn moeder. Hij raakte in een depressie, hij vond
het verschrikkelijk in dat kamertje. Na zes weken zei zijn moeder: “Jongen, kom maar weer bij ons wonen. Kan jou het schelen dat ze zullen zeggen dat dat niet hoort voor een kerel van 26. Wat geeft dat nou?’
Ook in de band merkten ze de worsteling van ‘die lange’. Na concerten zat hij vaak voor zich uit te staren. Dat terwijl hij beter leek te spelen dan ooit, met een grote glimlach achter de drums zat. “Je kon je ogen niet van hem afhouden. Het leek wel alsof hij licht gaf.’” Tegen Backfire-gitarist Wybrand Brouwer zei hij: ‘Ik heb alles. Ik heb een goeie band. Vrienden en vriendinnen. Maar ik ben niet gelukkig. Alleen als ik speel ben ik gelukkig.’
Eigenlijk wilde hij van de daken schreeuwen wat hem werkelijk bezighield. Over de verkrachting, 18 jaar geleden, en het verdriet dat hij daar nog steeds van had. Dat hij inmiddels hulp had gezocht bij zijn huisarts en de Riagg. Maar hij durfde niet. Uiteindelijk vertelde hij het een meisje, die de opdracht kreeg het aan de band te vertellen. Wybrand Brouwer: ‘Hardcore is toch de wereld van de stoere gasten. Het gaat om de muziek en de lol. Een jongen zoals hij, met zo’n postuur en al die tatoeages, wilde niet afgaan als een zielig hoopje
mens. Nadat hij het verteld had, viel er geen last van hem af. Hij bleef zich blijkbaar doodongelukkig voelen en wilde eigenlijk nergens over praten. Hij schaamde zich.’

Dave Reumers: ‘Hij was nooit ernstig. En als hij dan serieus werd, met problemen of zo, dan dacht ik: man, wat lulje nou uit je nek. Toen
hij over de Riagg vertelde, begon ik hard te lachen. Ik dacht dat het een
rauwe grap was.’ Enkele weken geleden verscheen zijn allerlaatste opname: Old Habits Die Hard van Deter-mined, weer een andere Maastrichtse band waarin hij drumde. Op de hoes zit een sticker: ‘In loving memory of Richard Bruinen, 1972-1999.’ De cd bevat één door hem geschreven nummer: Fuck
the past, kiss the future. In een supersonisch tempo, en met overrompelend harde, snelle drumslagen, durft hij voor het eerst zijn trauma te beschrijven. ‘The innocence you took from me/ All the tears that I have cried/ The secrets
that I tried to hide/ All the nights I couldn’t sleep/ Because of what
you did to me/ Did you ever think of me?’
Zijn moeder Lucie: ‘Soms zat hij zo treurig voor zich uit te staren, dan vroeg ik ‘m: “Jongen, kan ik iets voor je doen? Is er nog meer dat we moeten weten?” “Er is maar één ding dat me kan helpen”, zei hij dan, “en dat is de dood”.’
Op 19 maart ging hij ’s morgens vroeg naar de Riagg. Toen hij thuis
kwam, had hij rode ogen van het huilen. ’s Middags haalde hij duizend gulden van de bank om – waarschijnlijk – een wapen te kopen. Tegen zijn ouders zei hij dat hij ’s avonds een feest had. ‘Tot straks’, schreef hij op een briefje,
zonder daar zijn gebruikelijke trommeltje bij te tekenen. De volgende dag werd Richard door verkenners in het bos gevonden. Een schotwond in zijn hoofd.
Naast hem lag een wapen, een opgerookte joint en een rugzak met daarin een pak bokkenpootjes en een fles Spa. Buurtbewoners hadden hem al de vorige dag het bos in zien gaan. Vorige week viel er een cd bij Dave Reumers in de brievenbus. De nieuwste van de Amerikaanse band Agnostic Front, die in sep-
tember in de winkels ligt. Bullit On Mottstreet, heet een nummer. ‘Een
eerbetoon aan Richie Backfire, A Victim In Pain.’ Tijdens de begrafenis in de kerk werd Victim In Pain gedraaid. Snoeiharde gitaarriffs klonken in de afgeladen kerk. Zijn moeder Lucie: ‘Richard had al eens gezegd: “Als ik doodga, dan wil ik dat nummer van die band in de kerk
horen”. Ik had nooit gedacht dat dat zou mogen hè, zulke harde muziek. Maar meneer pastoor vond het geen probleem. Want ook meneer pastoor wist dat Richard pijn had gehad.’

copyright volkskrant volkskrant, 23 juli 1999

info Een tv documentaire: Richie Backfire!, 2 meter hardcore, is uitgezonden op zondag 24 juni op Nederland 2, om 23.00 uur.

Richie Backfire – 2 meter Hardcore from Frank Lodder on Vimeo.