Brief aan Jan

Aan Jan,  5 januari 2013

Ik ben door jou seksueel misbruikt toen ik 7 jaar oud was. Jij was toen 15 jaar oud. Je hebt mij dingen laten doen en laten ondergaan, waar een kind van 7 jaar niet mee in aanraking hoort te komen. Je hebt misbruik gemaakt van je machtspositie als oudere en je hebt mijn blinde vertrouwen op een heel gewelddadige wijze geschaad. Dit heeft mijn leven verwoest. Het is meer dan één keer gebeurd. Meerdere keren, bijvoorbeeld bij jou op zolder en ook in de kooi van de boot van opa.

WAARHEID

Ik heb heel lang getwijfeld of ik mijn herinneringen wel kon vertrouwen, en of het wel écht gebeurd was. Maar toen kwam op een dag John bij mij langs en die bevestigde de gebeurtenissen. Pieter en John waren getuigen. Martin kan meerdere keren heel helder beschrijven. Je hebt het ook bij én met hun gedaan. Oók hun leven kent sindsdien een hoop onzekerheid en verdriet.

LEVEN

Vanaf mijn 7e jaar ligt mijn leven overhoop. Mijn ontwikkeling als jongen en uiteindelijk als man is volledig verstoord en ernstig beschadigd geraakt. Tot ver in mijn twintiger jaren heb ik niet begrepen waarom ik anders was dan ‘de rest’. Al 27 jaar loop ik hiermee rond en beheerst jouw seksueel misbruik mijn leven in alles. Het blijkt alles te vernietigen wat ik aanraak. Ik ben mijn eigen identiteit kwijt.

HERINNERINGEN

Ik heb het over seksueel misbruik. Maar mensen kunnen daar verschillende interpretaties over hebben. Ik zal een kleine greep uit mijn herinneringen doen zodat duidelijk wordt wat ik onder seksueel misbruik versta.

We waren op de eerste etage op de overloop op Eerste Kade 17. Ik was 7 jaar en jij liet mij je lul zien. Je was al 15 dus die van jou zag er heel anders uit dan die van mij. Ik werd er bang van. Je maakte hem stijf en je begon je af te trekken boven de groene wasbak die daar was. Ik moest toekijken hoe jij klaarkwam en hoe jouw sperma in de wasbak terechtkwam. Je spoelde dit weg met behulp van een gietertje die in de buurt stond.

Je nam mij mee naar zolder waar John een Doka had ingericht. Langs de wand stond een matras. Je hebt dit matras neergelegd. En een dekbed gepakt. Onder dit dekbed moest ik jouw dikke lul in mijn mond doen en erop zuigen. Ik weet nog dat ik de geur daarvan niet fijn vond. Jij wilde hetzelfde bij mij doen en ik heb dit toegelaten omdat ik dit alles niet snapte.

Een andere keer heeft jouw vader Harrie ons betrapt toen we allebei naakt op het matras op zolder lagen. Hij kwam met zijn hoofd door het trapgat en vroeg wat we aan het doen waren. Jij antwoordde hem dat we ‘slapertje’ aan het spelen waren. Hij is daarna weer weggegaan en heeft mij bij jou achtergelaten.

John en Pieter heb je ook meegenomen naar zolder en tegen hun heb ik gezegd om ze ‘gerust te stellen’: “Het smaakt een beetje zout….”

GEHEIM

Tot vandaag heb ik jou altijd in bescherming genomen door het geheim van mijn seksueel misbruik alleen te dragen en met niemand te delen. Daarin ben ik enorm eenzaam geweest. Dat ga ik niet meer doen. Ik bescherm jou niet meer. Ik vertel het aan iedereen die het wil horen. De mensen die het niet willen horen, zal ik wakkerschudden en ik zal ze dwingen om onder ogen te komen wat jij met mij hebt gedaan. Ik heb jou lang genoeg beschermd; het is nu tijd dat jij, en niet ik, de schuld op je neemt en de consequenties gaat dragen. Dat hoort niet meer bij mij thuis.

SCHULD

Het was niet mijn schuld; ik was 7 jaar en jij was 15 jaar. Jij had mij moeten beschermen. Als kind vertrouwde ik jou volledig en daar heb jij gewelddadig misbruik van gemaakt. Jij hebt mij het gevoel gegeven dat ik het zelf wilde. Waarom zou een kind van 7 jaar zoiets in godsnaam willen?! Ik vond het vreselijk en was doodsbang. Die angst zit nog steeds in mij en beheerst mijn handelen in alles wat met contact, liefde en intimiteit te maken heeft. Jij was al 15 jaar en wist precies wat je deed. Ik wist niet wat me overkwam. Het is niet mijn schuld; jij deed het me aan! De schuld ligt bij jou; niet bij mij. Het is jouw schuld dat ik mijn leven moet leiden zoals ik dat nu doe; lijden!

FAMILIE

In de familie zijn de vermoedens en deze geheimen ‘voor de lieve vrede’ altijd doodgezwegen terwijl meerdere mensen ervan wisten. Als kind heb ik deze geheimen op me genomen. Iedereen in de familie heeft signalen opgepikt dat dit gebeurd is, maar iedereen doet net alsof er niets aan de hand is. Het wordt doodgezwegen. En daarmee word ik ook doodgezwegen en ontkend. Dat heeft me enorm eenzaam gemaakt. Ik ben een goed mens; ik verdien dit niet. Het was niet mijn schuld; ik kon er niets aan doen. Door mij dood te zwijgen en mijn leed en verdriet te negeren, heeft de familie jou als dader in bescherming genomen, en mij geleerd dat ik niets waard ben. Ik, Paul, was niet genoeg waard om voor op te komen. Dat is van de familie net zo gewelddadig als wat jij mij hebt aangedaan. Dat verdien ik niet. Ik ga geen dingen meer verzwijgen en ontkennen. Iedereen mag weten wat er in de familie speelt. Dat jouw opa M. onze tante Tinie en je eigen zus Ineke heeft misbruikt. Én dat jij mij seksueel hebt misbruikt; ik houd mijn mond niet meer. Het is niet meer mijn verantwoordelijkheid. Ik ben niet verantwoordelijk voor het behoud van de familie.

Gerda

Door wat jij mij hebt aangedaan, kan ik mezelf en andere mensen niet vertrouwen, en is intimiteit en contact met mensen volledig begrenst. Mijn liefde Gerda heeft mij na 16 jaar verlaten omdat ze niet meer met mijn spanningen kon leven. Zij was de enige op aarde die ik dichterbij liet dan wie danook; dat lukte na lange tijd met heel veel pijn en moeite. Maar op de momenten die een relatie waarde en toekomst geven, werd ik uiteindelijk altijd weer het angstige jongetje van 7 jaar oud, en die ging tussen Gerda en mijn ‘volwassen ik’ in staan. Ik was weer doodsbang en kon niet meer bewegen. Zij heeft 16 jaar met iemand geleefd die zich nooit helemaal kon geven; ze kreeg me nooit voor 100%. En dat is jouw schuld. Zij heeft mij verlaten doordat ik niet verder kwam met wat jij mij hebt aangedaan. Jij hebt mijn leven ontwricht, jij hebt me bang gemaakt voor alles wat met liefde en intimiteit te maken heeft. Jij hebt niet alleen mijn leven beperkt maar ook dat van Gerda. Ik ben Gerda kwijt door jou. Dat verdriet heb ik niet verdiend en zij ook niet.

LEED

Ik heb me sinds het misbruik, 27 jaar geleden, altijd anders gevoeld; een eenling. Ik heb me nooit verbonden gevoeld met mijn omgeving, waar ik ook was. Met wie ik ook was. Ik leef in enorme eenzaamheid. De onmacht die ik voelde in het hebben van contact en het toelaten van liefde hebben mij tot wanhoop gedreven. Periodes van zware depressies heb ik moeten doorstaan. Het toelaten van mijn eigen gevoelens over het misbruik en het geheim, was zo heftig dat ik meerdere keren langs de spoorrails heb gelopen om een einde aan mijn leven te maken. Ik heb mezelf veelvuldig in mijn armen gesneden. Ik heb mezelf bijna met een mes overhoop gestoken, en mijn polsen bijna doorgesneden. Telkens was Gerda op het laatste moment de enige weerstand die mij weerhield om het te doen. Zij was het waard om door die hel te gaan. Ik ben al bijna 10 jaar intensief bezig om mijn leven op de rails te krijgen, en jouw seksueel misbruik van mij te verwerken. Ik ben in die periode alle mogelijke therapieën afgelopen en heb me door allerlei moeilijke processen heen moeten worstelen. Dit heeft me een kleine 35000 euro gekost. Die tien jaar was een vreselijke periode en een hele lange tijd. Zowel voor mij als voor Gerda. Ik heb moeten vechten en heel heel veel pijn moeten lijden om na 10 jaar uiteindelijk uit te kunnen spreken wat er gebeurd is, en jou hiermee te confronteren. Ik ben niet meer bang voor je. De rollen draaien nu om. Jij mag vanaf nu bang zijn voor mij, want ik kan je makkelijk aan!

TOEKOMST

Hoe ziet mijn toekomst er uit? Ik heb in ieder geval een hele hoop zware ellende mee te sjouwen. Mijn identiteit is onherstelbaar beschadigd door jou. Na alle pijn en verdriet die ik heb doorgemaakt tijdens mijn proces om mezelf terug te vinden, kan ik nu pas voorzichtig beginnen met ‘Mijn leven’ proberen te leven. Zonder geheim. Ik ben nu 35 jaar, dus ik heb ongeveer de helft van mijn levensjaren al achter me liggen. Die jaren heb jij van me afgenomen en die krijg ik nooit meer terug. Ik had samen kunnen wonen, ik had getrouwd kunnen zijn, ik had kinderen kunnen hebben. Ik had vanalles bereikt kunnen hebben, maar dat heeft het seksueel misbruik altijd belemmerd. Ik heb géén van allen. Ik heb keihard moeten knokken om op het punt te komen waar ik nu ben. En dannog weet ik niet of het genoeg is geweest. De herinneringen, de angsten, de onmacht, en de pijn van het verlaten worden, zal ik allemaal mee moeten dragen tot aan mijn dood. Daar kom ik nooit meer los van. Kan ik in de toekomst ooit een ‘normaal’ leven leiden? Ik hoop van wel, maar ik weet dat de kans hierop beperkt is.

BOETEN

Wat doe je met degene die je, als klein kind, tot iets walgelijks en vreselijks heeft gedwongen? Wat doe je met degene die vertrouwen in jezelf en anderen heeft stuk gemaakt?
Wat doe je met degene die ervoor heeft gezorgd dat je je nooit ergens echt veilig voelt?
Wat doe je met degene die ervoor heeft gezorgd dat je je altijd en overal alleen voelt?

Wat doe je met degene die ervoor heeft gezorgd dat je geen liefde van anderen kan toelaten?
Wat doe je met degene die ervoor heeft gezorgd dat je misschien 70 jaar al die pijn en verdriet moet herbeleven? Wat doe je met degene die ervoor heeft gezorgd dat je nooit meer een ‘normaal’ leven kan leiden?
Wat doe je met degene die je leven heeft verwoest?
Moet je die persoon in elkaar slaan?
Moet je die persoon martelen?
Moet je die persoon vermoorden?
Moet je die persoon aangeven en in de gevangenis zetten?
Moet je die persoon publiekelijk aan de schandpaal nagelen?
Moet je die persoon zijn leven ook verwoesten?

Ik leef al jaren met deze vragen. En ik heb vele momenten gehad dat ik dacht dat ik de antwoorden wist. Gevoed uit angst, onmacht, boosheid en intense pijn en verdriet heb ik de meest vreselijke dingen bedacht die je zo iemand mag aandoen.

Maar ondanks al die pijn en verdriet dat mij is aangedaan en waar ik mee moet leven, probeer ik ook te leven met de gedachte dat ik andere mensen niét moet aandoen, wat ze mij hebben aangedaan. Dus wat is dan het antwoord op al die vragen? Ik weet het niet….

Jij hebt tegenwoordig een hoop kinderen om je heen zoals je nichtjes en neefjes, en uiteraard je eigen kind. Kinderen van vrienden, en kinderen op de hockeyvereniging. Ik weet niet of je te vertrouwen bent. Dat je mijn leven hebt verwoest, daar kan ik nu niets meer aan veranderen en daar zal ik mee moeten leren leven. Maar het risico dat je dit nu andere kinderen misschien ook nog aandoet, kan ik niet nemen. Ik zie het als mijn plicht om jouw gedrag in de openbaarheid te brengen omdat ik niet de verantwoordelijkheid kan dragen voor het welzijn van de kinderen in jouw nabijheid. Alleen jij kunt het tegendeel bewijzen!

Afzender: Je neef
Paul